"Minister Kamp heeft laten weten dat de bewijslast ten aanzien van de (on)juistheid van een gegeven prognose wordt verlegd van de afnemer van een contract naar de aanbieder ervan."

Zorgt de Wet op de Acquisitiefraude dat een franchisecontract makkelijker kan worden beëindigd bij niet uitgekomen exploitatieprognoses?

De uitkomst van rechtszaken over niet uitgekomen exploitatie- of omzetprognoses in de relatie tussen franchisenemer en franchisegever, is lastig te voorspellen. Mogelijke oorzaken zijn dat de feiten en omstandigheden de zaken steeds sterk kleuren, en dat rechters de juridische maatstaven aangaande dit onderwerp niet altijd hetzelfde toepassen.

Wet op de Acquisitiefraude: meer rechtsbescherming van de franchisenemer?

Op 1 juli 2016 is de Wet op de Acquisitiefraude in werking getreden, met als doel betere bescherming van partijen die voorafgaand aan een overeenkomst verkeerd worden voorgelicht. Onderdeel van de wet is de wijziging van artikel 6:194 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: ‘BW’).

Artikel 6:194 BW heeft sindsdien als strekking dat degene die in de uitoefening van zijn bedrijf over door hem aangeboden goederen of diensten mededelingen doet, onrechtmatig handelt wanneer de mededeling misleidend is. In het tweede lid van het wetsartikel staat dat ook een misleidende omissie (weglaten van gegevens) onrechtmatig is. Het moet dan onder meer gaan om het weglaten van essentiële informatie die nodig is om een geïnformeerd besluit te nemen over een transactie.   

Minister Kamp (Economische Zaken) heeft in een reactie op Kamervragen laten weten dat de bewijslast ten aanzien van de (on)juistheid van een gegeven voorstelling van zaken wordt verlegd van de afnemer van een contract naar de aanbieder ervan, en dat dit de franchisenemer beter moet beschermen in de fase voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst.

“In franchiserelaties is dat, zeker waar het gaat om het initieel toetreden tot de franchise, de franchisegever. De franchisegever kan dus door de franchisenemer ter verantwoording worden geroepen voor de burgerlijke rechter. Voor de franchisenemer verruimt dat de mogelijkheid om af te kunnen van een tegenvallend franchisecontract en de gevolgen daarvan.”, aldus Minister Kamp.

Mede vanwege het feit dat de bewijslast ten aanzien van de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens uit hoofde van de wet bij de aanbieder van die gegevens wordt gelegd, loopt de aanbieder van precontractuele informatie in beginsel een groter aansprakelijkheidsrisico.

Toch is het afwachten hoe de rechtspraak zal reageren op de nieuwe wetgeving. Het is mogelijk dat de rechter bij de uitleg van de nieuwe wetgeving de wetsgeschiedenis en de beoogde rechtsbescherming betrekt, maar zeker is dat niet. Bovendien kan de uitkomst van de zaak afhangen van andere factoren dan alleen de verstrekte informatie.

De rol van exoneratieclausules

Een voorbeeld van een geval waarin onzeker kan zijn of de nieuwe wetgeving de franchisenemer tegemoet komt, is het geval waarin een exoneratieclausule is gehanteerd. Zo’n clausule houdt meestal in dat de verstrekker van de informatie niet instaat voor de juistheid van verstrekte of gehanteerde gegevens en niet aansprakelijk is als de gegevens of de verwerking ervan in een prognose onjuist blijken te zijn. Bij de uitleg van artikel 6:194 BW in het kader van prospectusaansprakelijkheid heeft de Hoge Raad in het verleden bepaald dat de bewijslast ten aanzien van de juistheid van de verstrekte informatie niet bij de aanbieder komt te liggen, indien hij onder bronvermelding laat blijken dat de informatie afkomstig is van een derde, en indien hij een voorbehoud maakt ten aanzien van de juistheid van de informatie. Het valt niet uit te sluiten dat de franchisegever in bepaalde gevallen met succes kan aanhaken bij deze rechtspraak. Het is mogelijk dat de rechter onderzoekt of de exoneratieclausule tijdig van toepassing is verklaard.

Conclusie

Of de Wet op de Acquisitiefraude de franchisenemer beter gaat beschermen, zal de toekomst uitwijzen. Als de rechter de wetsgeschiedenis bij zijn beoordeling betrekt, dan kan het zijn dat de nieuwe wet de franchisenemer beter tegemoetkomt als hij bij tegenvallende resultaten van zijn franchisecontract af wil komen. Het gebruik van exoneratieclausules kan gezien de rechtspraak van de Hoge Raad echter mogelijk een middel voor de franchisegever zijn om zijn aansprakelijkheid te beperken.

Vragen?

Wilt u meer weten, neemt u dan gerust contact op met mr. Mieke Verhoeff of mr. Joke Mikes.

< Naar overzicht