"De verplichting tot betaling van vóór de overgang van de onderneming onbetaald gelaten pensioenpremies gaat bij verplichte deelname in hetzelfde bedrijfstakpensioenfonds over op de verkrijger van de onderneming."

Wie betaalt bij een bedrijfsovername de achterstallige pensioenpremies?

Ten aanzien van de werknemer die zowel voor als na de overgang van de onderneming verplicht deelneemt in hetzelfde bedrijfstakpensioenfonds, gaat de verplichting tot betaling van vóór de overgang van de onderneming onbetaald gelaten pensioenpremies over op de verkrijger van de onderneming. Het pensioenfonds kan in dat geval de achterstallige pensioenpremies innen bij de verkrijger. Dit blijkt uit de uitspraak van de Hoge Raad van 14 oktober 2016 tussen schoonmaakbedrijf Gom en het Pensioenfonds voor het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf.

De feiten

In 2008 heeft schoonmaakbedrijf GOM via een activatransactie VBG overgenomen. Op grond van de wetgeving die van toepassing is als er sprake is van een overgang van onderneming, zijn de werknemers van VBG “automatisch” bij GOM in dienst getreden. De werknemers van VBG waren (net als de werknemers van GOM) verplicht deelnemer in een bedrijfstakpensioenfonds, het Pensioenfonds voor het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf (hierna: het pensioenfonds). VBG had in de periode voorafgaand aan de verkoop van haar onderneming een achterstand in de betaling van pensioenpremies van ruim € 1,9 miljoen. Na het faillissement van VBG heeft het pensioenfonds GOM aangesproken tot betaling van de die achterstallige pensioenpremies. GOM heeft de rechter gevraagd om te bepalen dat zij niet gehouden is tot betaling van de achterstallige pensioenpremies, en het pensioenfonds stelde een tegenvordering in tot betaling van de achterstallige premies. Zowel de rechtbank als het gerechtshof heeft de vordering van GOM afgewezen en die van het pensioenfonds toegewezen. GOM heeft ook bij de Hoge Raad bot gevangen en moet de achterstallige pensioenpremies (vermeerderd met rente en proceskosten) betalen aan het pensioenfonds.

Overgang van onderneming

De regelgeving bij overgang van onderneming kan van toepassing zijn bij de verkoop van een bedrijf. Echter, niet iedere bedrijfsoverdracht is in juridisch opzicht een overgang van onderneming. De voorwaarden waaronder het bedrijf wordt overgedragen bepalen of er sprake is van een overgang van onderneming of juist niet. Is er sprake van een overgang van onderneming, dan wordt het personeel van de vervreemder vergaand beschermd. Een overgang van onderneming heeft namelijk tot gevolg dat het personeel van de verkopende partij (in jargon vervreemder genoemd) van rechtswege in dienst komt van de koper (in jargon verkrijger genoemd). Er komt “automatisch” een arbeidsovereenkomst tot stand tussen de koper en het personeel dat in dienst was van de verkoper. Het personeel behoudt daarbij de met de verkoper overeengekomen arbeidsvoorwaarden, zoals bijvoorbeeld salaris, aantal vakantiedagen, maar ook de dienstjaren.

De uitspraak van de Hoge Raad

De bescherming van de werknemer bij de verkoop van het bedrijf waarvoor hij werkt wordt door de Hoge Raad in zijn uitspraak centraal gesteld. De Hoge Raad overweegt daartoe dat de Nederlandse wetgeving bij overgang van onderneming gebaseerd is op Europese regelgeving. Deze Europese regelgeving heeft als doel om werknemers bij verandering van de ondernemer te beschermen en het behoud van hun rechten veilig te stellen. Daarom bepaalt artikel 7:663 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat de rechten en verplichtingen die op dat moment voor de werkgever voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst van rechtswege overgaan op de verkrijger. Tot 1 juli 2002 gold dat de pensioenregeling niet mee overging naar de koper. De wetgever heeft deze bepaling geschrapt omdat een pensioenregeling ook een arbeidsvoorwaarde is. Dat geldt volgens de Hoge Raad ook voor een pensioenregeling die niet voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst, maar uit de verplichte aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds, zoals in dit geval aan de orde is.

De Hoge Raad overweegt vervolgens dat de verplichting tot betaling van vóór de overgang door de vervreemder onbetaald gelaten pensioenpremies overgaat op de verkrijger. Dat in het bijzonder ook achterstallige pensioenpremies overgaan op de verkrijger volgt namelijk uit de toelichting op de wet, en past in de gedachte dat de werknemer beschermd moet worden als het bedrijf waarvoor hij werkt aan een ander wordt verkocht. Alle arbeidsvoorwaarden van de werknemer moeten in dat geval behouden blijven.

De Hoge Raad overweegt tot slot dat het pensioenfonds rechtstreeks de nieuwe werkgever kan aanspreken op betaling van de achterstallige pensioenpremies. Zou het pensioenfonds namelijk niet rechtstreeks de koper kunnen aanspreken, dan loopt de dekkingsgraad gevaar. Indien het pensioenfonds wegens een te lage dekkingsgraad over moet gaan tot korting op de pensioenen, dan worden daarmee de belangen van de werknemers geschaad. Een redelijke, en gelet op de effectieve rechtsbescherming van de werknemers wenselijke, uitleg van de wet heeft dan tot gevolg dat het pensioenfonds de achterstallige pensioenpremies moet kunnen innen bij de koper. De koper van een onderneming zal bij de onderhandelingen dus rekening dienen te houden met mogelijk achterstallige pensioenpremies, bijvoorbeeld door daarvoor betalingsgaranties te bedingen.

Meer weten? Neemt u gerust contact op met mr. Matthijs Hoekstra of mr. Jelle van Roeyen.

< Naar overzicht