"Het eenmalig begaan van extreem gevaarzettend gedrag in het verkeer is onvoldoende"

Deze zaak heeft veel aandacht gekregen in de media, maar wat speelde hier nu precies?

Op 7 maart 2016 is tussen de piloot en Transavia Airlines C.V. (hierna: ‘Transavia’) een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot stand gekomen. Op 16 maart 2016 vond een dodelijk ongeval plaats in Loosdrecht als gevolg van een straatrace waarbij de werknemer en zijn vader betrokken waren en een negentienjarig slachtoffer om het leven kwam. Naar aanleiding van berichten hierover in de media heeft Transavia de werknemer uitgenodigd voor een gesprek. In dit gesprek heeft de werknemer verklaard dat hij niet met extreem hoge snelheid heeft gereden en dat hij niet dicht achter zijn vader heeft gereden, die het slachtoffer heeft aangereden. Transavia heeft de werknemer vervolgens gevraagd om meer duidelijkheid te geven over de eventuele vervolging. De werknemer gaf aan dat hij als verdachte van het medeplegen van dood door schuld in het verkeer werd aangemerkt. Met deze wetenschap werd de arbeidsovereenkomst enkele maanden later omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Op 17 november 2017 is de werknemer vrijgesproken van het medeplegen van dood door schuld in het verkeer. Wel is hij veroordeeld voor het zodanig gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt. Als gevolg hiervan heeft Transavia de werknemer op non-actief gesteld en heeft Transavia de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden. Transavia voerde hierbij aan dat uit de uitkomst van het strafrechtelijk vonnis kan worden afgeleid dat de werknemer geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedragingen en dat hij Transavia onjuist heeft voorgelicht over zijn gedragingen. Bovendien zijn er ook commerciële belangen in het geding, omdat de publieke verontwaardiging zich niet alleen richt op de piloot, maar ook op Transavia als werkgever. Tot slot voerde Transavia aan dat collega’s niet langer met de piloot willen vliegen, omdat zij dit onveilig achten.

De impact van het strafvonnis

De kantonrechter stelde voorop dat strafrechtelijke gedragingen in beginsel via het strafrecht worden afgedaan. Dit kan anders zijn als sprake is van een duidelijke relatie tussen die gedragingen en het werk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het gaat om feiten die volledig in de privésfeer zijn gepleegd, maar die tegelijkertijd onverenigbaar zijn met (de aard van) de functie van een werknemer. De vraag is of een dergelijke situatie zich hier voordoet. De kantonrechter oordeelde als volgt.

De strafrechter heeft geoordeeld dat de werknemer en zijn vader (zeer) dicht achter elkaar reden en dat zij daarbij onvoldoende hebben gelet op het overige verkeer. De werknemer reed namelijk met een snelheid tussen de 138 en 153 kilometer per uur, op een weg waar 50 kilometer was toegestaan. Op dat moment was de duisternis ingetreden, het betrof een onoverzichtelijke weg met veel in- en afritten van woonhuizen en de werknemer wist dat zijn vader alcohol gedronken had. Ook heeft de strafrechter overwogen dat de werknemer zijn verantwoordelijkheid niet onder ogen lijkt te willen zien. Hij blijft immers ontkennen met extreem hoge snelheid te hebben gereden en de verklaringen van getuigen betitelt hij als leugens, terwijl er een stortvloed aan bewijs is van de gereden snelheid.

Volgens de kantonrechter bestaat er een zekere relatie tussen deze ernstige verwijten en de werkzaamheden van de werknemer als piloot. Een piloot dient immers veiligheidsvoorschriften in acht te nemen en is daarnaast verantwoordelijk voor de veiligheid van anderen. Desondanks oordeelde de kantonrechter dat het eenmalig begaan van extreem gevaarzettend gedrag in het verkeer - hetgeen een overtreding is en geen misdrijf - onvoldoende grond vormt voor het oordeel dat sprake is van onverenigbaarheid met de functie van piloot. Hierbij weegt de kantonrechter mee dat er binnen Transavia geen beleid is waaruit blijkt dat ernstige verkeersovertredingen gevolgen kunnen hebben voor het uitoefenen van het beroep van piloot. De kantonrechter geeft aan te begrijpen dat Transavia moeite heeft met de weinig berouwvolle houding van de werknemer en het feit dat hij geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn aandeel, maar oordeelt dat deze onbehoorlijke proceshouding geen ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.

Overige omstandigheden

Daarnaast rechtvaardigen de overige omstandigheden van dit geval ook geen ontslag van de piloot. Hierbij noemt de kantonrechter het feit dat partijen in oktober 2016 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben gesloten. Op dat moment was de werknemer reeds als verdachte in de strafzaak door de politie gehoord. Doordat Transavia desondanks is overgegaan tot het sluiten van een arbeidsovereenkomst, is bij de werknemer in ieder geval het vertrouwen gewekt dat een eventuele strafrechtelijke veroordeling geen gevolgen zou hebben voor zijn werk als piloot. Daarnaast heeft Transavia (destijds) geen aanleiding gezien om nader onderzoek in te stellen naar mogelijke veiligheidsrisico’s die verbonden zouden kunnen zijn aan de inzet van werknemer als piloot. Tot slot merkt de kantonrechter op dat Transavia zich heeft beroepen op de inhoud van het strafvonnis, terwijl de werknemer hiertegen hoger beroep heeft ingesteld (en hij de in het vonnis bewezen verklaarde gedragingen betwist). Nu niet uitgesloten is dat in hoger beroep anders wordt geoordeeld, ziet de kantonrechter geen reden om - vooruitlopend op het strafvonnis in hoger beroep - de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De ontbindingsverzoeken van Transavia worden derhalve afgewezen.

Wat met deze uitspraak duidelijk wordt is dat communicatie vanuit de werkgever van cruciaal belang is. Het is mogelijk dat de kantonrechter tot een ander oordeel zou zijn gekomen indien Transavia tijdens de gesprekken met de werknemer bijvoorbeeld een voorbehoud zou hebben gemaakt ten aanzien van de uitkomst van het strafvonnis en een (eventuele) beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst en/of indien Transavia een goed intern beleid zou hebben waaruit blijkt dat ernstige verkeersovertredingen gevolgen kunnen hebben voor het uitoefenen van het beroep van piloot. Transavia heeft aangekondigd in hoger beroep te zullen gaan tegen deze uitspraak. Wordt dus vervolgd!

Meer weten? Neem gerust contact op met mr. Stephanie van Poucke of met mr. Matthijs Hoekstra.

< Naar overzicht