"Ondertussen waren in 2014 de activiteiten binnen de vennootschap volledig gestaakt en voortgezet in een andere BV"

Wanneer is de bestuurder in privé aansprakelijk in verband met facturen aan de vennootschap?

Het Gerechtshof Amsterdam heeft in een onlangs verschenen uitspraak geoordeeld dat de beheermaatschappij en de bestuurder in privé aansprakelijk zijn tot betaling van facturen van de door hen bestuurde vennootschap.

Bij aansprakelijkheid jegens crediteuren van de vennootschap wordt gekeken naar de twee pijlers voor aansprakelijkheid jegens crediteuren zoals geformuleerd in het standaardarrest van de Hoge Raad. De benadeling van crediteuren kan gezien dit arrest onder meer een persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder opleveren indien hij, kort gezegd:

  1. (nieuwe) rechtshandelingen is aangegaan namens de vennootschap in de wetenschap dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, tenzij hem van de benadeling geen persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt;
     
  2. toelaat of bewerkstelligt dat de vennootschap bestaande verplichtingen niet nakomt.

Er was in dit geval sprake van een situatie uit de eerstgenoemde categorie. De crediteur vorderde betaling van onbetaalde facturen uit 2014. In 2015 werd het faillissement van de vennootschap uitgesproken. De crediteur toonde op basis van een faillissementsverslag van de curator aan dat het bedrijf al sinds 2012 ernstige verliezen leed, dat het balanstotaal in 2014 negatief was en de omzet in dat jaar significant afnam om vervolgens in 2015 op nihil uit te komen. Ondertussen waren in 2014 de activiteiten binnen de vennootschap volledig gestaakt en voortgezet in een andere BV. In het verslag van de curator stond verder, samengevat, dat de nieuwe BV zich samen met de beheermaatschappij voor schulden van de ‘slapende’ BV aan de bank hoofdelijk verbonden had.

Het gerechtshof concludeert op basis van voorgaande omstandigheden dat de bestuurders in de periode waarin de opdracht tot de werkzaamheden is gegeven, begrepen moeten hebben dat de vennootschap in een zodanige positie verkeerde dat zij (zelf) niet in staat zou zijn om haar daaruit resulterende betalingsverplichtingen te voldoen en daarvoor ook geen verhaal zou bieden. Het hof heeft nog onderzocht of wellicht feiten en omstandigheden aanwezig waren die zorgden dat de bestuurders geen persoonlijk verwijt kon worden gemaakt van de benadeling. Het hof oordeelt van niet, en overweegt dat de overdracht van de bedrijfsactiviteiten naar een andere BV er veeleer op wijst dat de bestuurders aan de betalingsonmacht van de vennootschap hebben bijgedragen.

Ten slotte

Uit de behandelde uitspraak volgt dat bestuurders aansprakelijkheidsrisico’s in de privésfeer kunnen lopen als in een situatie van betalingsonmacht nieuwe verplichtingen worden aangegaan namens de vennootschap. Dit geldt te meer sinds het in onze eerdere nieuwsbrief  behandelde arrest van de Hoge Raad van begin dit jaar. Hierin oordeelde de Hoge Raad dat de bestuurder in beginsel in privé ook aansprakelijk is als eenmaal vast staat dat de rechtspersoon-bestuurder (vaak een holding) aansprakelijk is.

Meer weten? Neem gerust contact op met mr. Mieke Verhoeff of met mr. Edwin Bregonje.

< Naar overzicht