"Een restauratie mag niet feitelijk nieuwbouw worden. De subsidieontvanger loopt anders het risico dat de subsidie lager uitkomt."

Subsidie voor restauratie van een monument? Zorg dat het bij een restauratie blijft

Er bestaan diverse landelijke en provinciale subsidieregelingen voor restauraties van monumenten. Om voor zulke subsidies in aanmerking te komen moet aan diverse voorwaarden worden voldaan. Maar ook als eenmaal een subsidie is verleend, is het voor de subsidieontvanger van belang bij de uitvoering van de restauratie de toepasselijke subsidieregels in het oog te blijven houden. Een restauratie mag niet feitelijk nieuwbouw worden. De subsidieontvanger loopt anders het risico dat de subsidie lager uitkomt.

Die situatie deed zich voor bij de restauratie van een boerderij te Haaksbergen, zo blijkt uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna de Afdeling). Voor die restauratie was op basis van een door de subsidieaanvrager overgelegde begroting in 2008 door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een subsidie verleend ter hoogte van € 148.031,-. Nadat de werkzaamheden waren uitgevoerd, vond in 2015 de financiële eindverantwoording plaats. Daarbij stelde de minister de subsidie aanzienlijk lager vast, op een bedrag van € 111.498,-. Wat was er misgegaan?

Onder meer dat tijdens de restauratie besloten was om in plaats van een verbouwing, een geheel nieuwe endskamer (de kamer waar de boer en boerin vroeger gingen wonen als hun kinderen de boerderij hadden overgenomen) aan de boerderij te bouwen. Dit zou zijn gedaan omdat de oorspronkelijke endskamer zoveel stof bevatte dat de kinderen van de aanvrager, die astmatisch zijn, anders niet in de boerderij konden wonen. Die nieuwbouw vormde volgens de minister echter geen restauratie, waarvoor de subsidie was bedoeld en daarom konden de gemaakte kosten die zagen op de endskamer uiteindelijk niet voor subsidie in aanmerking komen. Ondanks bezwaren van de subsidieontvanger, hield dit oordeel stand tot bij de hoogste bestuursrechter.

Het beroep van de subsidieontvanger op het vertrouwensbeginsel, vanwege een gestelde toezegging door een oud-medewerker van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, mocht niet baten. Die oud-medewerker zou volgens de subsidieaanvrager hebben toegezegd dat de kosten van de werkzaamheden van de endskamer voor subsidie in aanmerking zouden komen. In lijn met vaste rechtspraak overweegt de Afdeling dat voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig is dat aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Daarvan was volgens de Afdeling in dit geval niet gebleken.

Maakt u ook gebruik van een subsidie, wees dan alert dat de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten binnen de grenzen van de toepasselijke subsidieregels blijft. Anders kunt u voor nare verrassingen komen te staan!

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neemt u dan gerust contact op met mr. dr. Paul Adriaanse of mr. Carolien de Snoo-Verhage.

< Naar overzicht