"Of er sprake is van een ‘exclusieve bestuurstaak’ dient getoetst te worden aan het wettelijk kader, hetgeen de rechtbank niet had gedaan"

Komt de gemeente als wegbeheerder strafrechtelijke immuniteit toe? Het antwoord is afhankelijk van de vraag of de verweten gedraging naar haar aard en gelet op het wettelijk systeem rechtens niet anders dan door bestuursfunctionarissen kan worden verricht in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak, zo blijkt uit een arrest van de Hoge Raad.

De casus

Eind maart 2009 kwamen een motorrijdster en haar duopassagier om het leven nadat de motorrijdster de macht over het stuur had verloren en daarbij botste op een tegemoetkomende bedrijfsauto. In het wegdek waren hobbels ontstaan door de wortels van de bomen in de berm. Hierdoor was de motor gaan ‘stuiteren’.

De gemeente was niet onbekend met de hobbels in het wegdek: hier waren al meerdere klachten over binnengekomen en de gemeente had het wegdek meerdere malenlaten inspecteren. Naast het plaatsen van een waarschuwingsbord met het opschrift “slecht wegdek” in 2007 heeft de gemeente geen andere maatregelen getroffen.

Rechtbank

De Officier van Justitie heeft de gemeente strafrechtelijk vervolgd, waarbij de tenlastelegging bestond uit twee onderdelen: de gemeente zou onvoldoende verkeersmaatregelen hebben getroffen en de gemeente zou onvoldoende onderhoud hebben gepleegd aan het wegdek. De rechtbank oordeelde dat de gemeente alleen strafrechtelijke immuniteit toekomt als er sprake is van “wat algemeen wordt aangeduid als een exclusieve bestuurstaak”.

Volgens de rechtbank is het nemen van verkeersmaatregelen geen exclusieve bestuurstaak en kwam de gemeente dus geen immuniteit toe. Ook derden kunnen namelijk de weg inspecteren en verkeersborden plaatsen. De gemeente werd dan ook veroordeeld omdat zij had nagelaten verkeersmaatregelen te nemen. Echter, volgens de rechtbank was onvoldoende vast komen te staan dat wegonderhoud zelfstandig door derden kan worden verricht en op dat onderdeel kwam de gemeente dus wel immuniteit toe.

Tegen dit vonnis van de rechtbank van december 2012 is door de partijen geen beroep ingesteld. De Procureur-Generaal heeft beroep in cassatie in het belang van de wet ingesteld.

Immuniteit

De Hoge Raad heeft eerst de eventuele immuniteit van de gemeente getoetst. Sinds het Pikmeer II arrest is de vervolging van decentrale overheden alleen uitgesloten als de gedraging naar haar aard en gelet op het wettelijk systeem rechtens niet anders dan door bestuursfunctionarissen kan worden verricht in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak. Het toetsingskader van de rechtbank of er sprake is van wat algemeen wordt aangeduid als een exclusieve bestuurstaak, bleek niet volledig genoeg. De juiste toets is: of het nemen van verkeersmaatregelen en het plegen van wegonderhoud enkel door bestuursfunctionarissen kan worden gedaan in het kader van de uitvoering van de aan de gemeente opgedragen bestuurstaak. Of sprake is van een ‘exclusieve bestuurstaak’ dient getoetst te worden aan het wettelijk kader, hetgeen de rechtbank niet had gedaan.

Verkeersmaatregelen

Vervolgens heeft De Hoge Raad aan de hand van het wettelijk kader uiteengezet dat voor het verlagen van de maximumsnelheid, het afzetten van een weg of het plaatsen van waarschuwingsborden, het openbare lichaam een verkeersbesluit moet nemen. Het nemen (en dus ook het nalaten daarvan) van verkeersmaatregelen, zoals hier de gemeente werd verweten, kan alleen door bestuursfunctionarissen gedaan worden. In dit geval dient strafrechtelijke immuniteit te worden aangenomen.

Onderhoud

Echter, wat betreft het gedeelte van de tenlastelegging die ziet op het nalaten van het plegen van onderhoud, oordeelt de Hoge Raad dat er géén sprake is van een exclusieve bestuurstaak. De gemeente heeft op grond van art. 16 Wegenwet een zorgplicht voor het wegbeheer. Het feit dat de gemeente deze zorgplicht heeft, wil echter niet zeggen dat enkel bestuursfunctionarissen dit onderhoud kunnen verrichten. Daardoor komt de gemeente geen strafrechtelijke immuniteit toe voor het nalaten onderhoud aan de weg te plegen.

Conclusie

Met dit arrest heeft de Hoge Raad het vonnis van de rechtbank ten aanzien van de veroordeling omtrent het nalaten van het nemen van verkeersmaatregelen vernietigd. Daarmee is ook de strafrechtelijke veroordeling van de gemeente vernietigd. Aangezien de rechtbank de gemeente ten aanzien van het nalaten van wegonderhoud had vrijgesproken, betekent het arrest van de Hoge Raad dat de gemeente deels immuniteit toekomt en deels vrijgesproken is.

Kortom, voor de vraag of een decentrale overheid strafrechtelijke immuniteit toekomt, moet beoordeeld worden of volgens het wettelijk kader sprake is van een exclusieve bestuurstaak. Voor wat betreft het (nalaten van het) nemen van verkeersmaatregelen komt een gemeente strafrechtelijke immuniteit toe, maar dit is niet het geval voor het (nalaten van het) plegen van wegonderhoud.

Meer weten? Neem gerust contact op met mr. Mayke Goris of mr. Sietske Delen.

< Naar overzicht