"Uitsluitend indien er een formeel besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders is waarin een persoon tot bestuurder wordt benoemd, is hij aan te merken als een statutair bestuurder. "

Statutair bestuurder of niet?

De vraag of een bestuurder kwalificeert als een statutair bestuurder of als een titulair bestuurder is een belangrijke, vooral op het moment dat de bestuurder ontslagen moet worden. Voor de statutair bestuurd gelden namelijk andere spelregels.

De statutair bestuurder is geen gewone werknemer. De statutair bestuurder bekleedt een bijzondere positie binnen de vennootschap. Hij staat enerzijds in een vennootschappelijke relatie tot de vennootschap en anderzijds in een arbeidsrechtelijke relatie. De statutair bestuurder is immers vaak op grond van een arbeidsovereenkomst in dienst bij de vennootschap.

De Hoge Raad heeft in zijn zogenaamde 15 april-arresten (ECLI:NL:HR:2005:AS2030, ECLI:NL:HR:2005:AS2032 en ECLI:NL:HR:2005:AS2713) bepaald dat het einde van de vennootschapsrechtelijke betrekking tussen de vennootschap en de statutair bestuurder in beginsel tevens het einde van de tussen hen bestaande arbeidsovereenkomst betekent. Voorafgaande toestemming van het UWV of de kantonrechter is dus in beginsel niet nodig om de arbeidsovereenkomst met de statutair bestuurder te beëindigen. Het ontslag als statutair bestuurder door de algemene vergadering van aandeelhouders, leidt automatisch tot het arbeidsrechtelijke ontslag.

Hoewel het derhalve van groot belang is of een bestuurder als statutair bestuurder of als titulair bestuurder kwalificeert, gaat het hier toch geregeld mis. Zo ook in de kwestie waar het Gerecht in Eerste Aanleg van Sint Maarten zich recentelijk over heeft uitgelaten.

In die zaak was het ontslag aan de orde van een bestuurder met wie een arbeidsovereenkomst was gesloten en die als statutair directeur was ingeschreven in het Handelsregister, maar ten aanzien van wie geen benoemingsbesluit was genomen door de algemene vergadering van aandeelhouders.

Het Gerecht in Eerste Aanleg wijst er allereerst op dat de aard van de regel is dat de benoeming van een bestuurder van een naamloze of besloten vennootschap geschiedt door de algemene vergadering van aandeelhouders of op grond van de statuten door de raad van commissarissen. Dat heeft tot gevolg dat niet aanvaard kan worden dat personen die wel de titel ‘directeur’ of ‘bestuurder’ dragen, maar die niet op de hiervoor bedoelde wijze tot bestuurder zijn benoemd, als statutair directeur/bestuurder in de zin van de wet beschouwd kunnen worden, óók niet indien die titulair bestuurder als statutair bestuurder staat ingeschreven in het Handelsregister.

Uitsluitend indien er een formeel besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders is waarin een persoon tot bestuurder wordt benoemd, is hij aan te merken als een statutair bestuurder. Partijen mogen niet enkel op grond van verklaringen of gedragingen van de vennootschap afleiden dat een persoon, ondanks het ontbreken van een formeel benoemingsbesluit, als statutair bestuurder moet worden aangemerkt.

Dit oordeel van het Gerecht in Eerste Aanleg is in lijn met het arrest van de Hoge Raad van 15 december 2000.

Gevolg van het feit dat de bestuurder niet als statutair bestuurder beschouwd kan worden, is dat het ontslag van de persoon als bestuurder, niet leidt tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de vennootschap. Die eindigt pas na daartoe verkregen toestemming van het UWV, van de kantonrechter, of als partijen dat onderling afspreken.

Deze zaak bewijst maar weer eens dat de benoeming van een statutair bestuurder goed, correct en tijdig schriftelijk vastgelegd moet worden met inachtneming van de statuten, zodat eventuele discussie achteraf, zoals in de onderhavige zaak, voorkomen kan worden.

Meer weten? Neemt u gerust contact op met mr. Edwin Bregonje of mr. Matthijs Hoekstra.

< Naar overzicht