"Verrassend genoeg werd de aanwezigheid van een spoedeisend belang aangenomen"

In dit kort geding voor de Rechtbank Midden-Nederland vorderde het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht de ontruiming van een perceel met daarop de laatst overgebleven woonboot in een voormalige prostitutiezone in de gemeente Utrecht centraal. Het Waterschap had de huurovereenkomst al zo’n 4 jaar daarvoor opgezegd en wist al een half jaar dat het perceel ontruimd moest worden voor de aanleg van milieuvriendelijke oevers. Verrassend genoeg werd de aanwezigheid van een spoedeisend belang bij de vordering in kort geding toch aangenomen. Normaal gesproken wordt het wachten met het starten van een kort geding als een contra-indicatie voor het spoedeisend belang gezien. Voor de aanwezigheid van een spoedeisend belang moet een eiser de bodemprocedure namelijk niet kunnen afwachten. Hoe langer de eiser wacht, hoe beter zijn argumenten moeten zijn om tóch voor een kort geding te kiezen en niet voor een bodemprocedure. Op dit aspect wijzen wij onze cliënten regelmatig.

Wat was dan de reden dat de kantonrechter in dit geval toch spoedeisend belang aannam? In de periode tussen het bekend worden van de plannen voor milieuvriendelijke oevers en het starten van een kort geding was het Waterschap aan het onderhandelen met de booteigenaren. Het is dan ook begrijpelijk dat het Waterschap er toen niet voor heeft gekozen om een bodemprocedure te starten, aldus de kantonrechter.

De uitspraak illustreert dat het de moeite loont om de spoedprocedure van een kort geding serieus te overwegen, ook in situaties waar dat op het eerste gezicht niet zo voor de hand lijkt te liggen. In dit kort geding werd de vordering tot ontruiming toegewezen nu de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd in de zin van artikel 7:228 lid 2 was opgezegd. De in de huurovereenkomst opgenomen opzeggingsgronden waren namelijk niet limitatief, aldus de kantonrechter.

Meer weten? Neem gerust contact op met mr. Jan Jacobse of mr. Sietske Delen.

< Naar overzicht