"Het gaat immers over welbewuste fraude door het (laten) opmaken en versturen van 115 valse facturen, ten bedrage van € 7,5 mio aan gemeenschapsgeld"

Rechtbank Rotterdam verwerpt “eigen schuld”-verweer van fraudeur in Waterfront-zaak

In de Waterfront-zaak werden in het kader van de huur van gemeentelijk vastgoed facturen verzonden aan de gemeente Rotterdam, zonder dat hiervoor werkzaamheden werden verricht. Uit het onlangs verschenen vonnis volgt dat de rechtbank één van de aansprakelijk gestelde personen heeft veroordeeld tot betaling aan de gemeente van een bedrag van omstreeks € 7,5 miljoen.

De gemeente had met twee expertiserapporten en een bouwkundig rapport onderbouwd dat tegenover de gefactureerde bedragen geen werkelijk verrichte werkzaamheden stonden. De gedaagde had weersproken dat de werkzaamheden niet waren uitgevoerd, maar heeft dit verder niet toegelicht aan de hand van stukken of bewijs. De rechtbank heeft geoordeeld dat aan het voorgaande niet afdeed dat voor een gedeelte van de gefactureerde werkzaamheden opdrachtbonnen waren verstrekt door de gemeente.

Gezien de grote discrepantie tussen de betaalde facturen ad ca. € 7,7 miljoen en de werkelijk uitgevoerde werkzaamheden ad ca. € 270.000,- achtte de rechtbank verder aannemelijk dat met opzet facturen zijn gestuurd voor onuitgevoerde werkzaamheden.

De gedaagde heeft zich nog beroepen op eigen schuld van de gemeente. Dit beroep op eigen schuld was niet kansloos, omdat de gemeente had erkend dat een ambtenaar, die destijds nog werkte voor de gemeente, het frauduleuze handelen van de gedaagde had gefaciliteerd. De rechtbank oordeelt dat, voor zover sprake is van eigen schuld, dit de schadevergoedingsplicht van de gedaagde niet vermindert. Het gaat immers over welbewuste fraude door het (laten) opmaken en versturen van 115 valse facturen, ten bedrage van € 7,5 miljoen aan gemeenschapsgeld, aldus de rechtbank. De mogelijke schuld van de gemeente Rotterdam zou bestaan, zo wordt verder overwogen, uit falend toezicht en controle, terwijl de schuld van de gedaagde van een andere orde is, namelijk opzettelijk onrechtmatig handelen.

Conclusie

Falend toezicht en onvoldoende controlerend optreden binnen een overheid met als gevolg dat de overheid schade lijdt, resulteert dus niet automatisch in het oordeel dat deze schade voor eigen rekening van de overheid dient te blijven. De behandelde uitspraak illustreert dat de mate en aard van de schuld een factor is die mede van belang kan zijn bij de beantwoording van de vraag of een beroep op eigen schuld van de wederpartij kan slagen, nadat onrechtmatig handelen jegens een overheid is vastgesteld.  

De hoger beroepstermijn is nog niet verstreken, zodat de uitspraak nog niet onherroepelijk is.

Meer weten? Neem gerust contact op met mr. Mieke Verhoeff of mr. Menachem de Jonge

< Naar overzicht