Ongehuwd samenleven: vrijheid blijheid? Aflevering verjaring

Enkele tientallen jaren geleden kwam ongehuwd samenleven nagenoeg niet voor. Partners gingen pas samenleven vanaf de dag dat zij in het huwelijksbootje stapten. De wet volgde deze situatie en stelde van allerlei regels over trouwen en over echtscheiding. Over de verbreking van een samenleving werd niets geregeld. De tijden zijn veranderd. In Nederland leven inmiddels bijna een miljoen mensen ongehuwd samen. Je zou zo denken dat de wet daar inmiddels op is aangepast. Niets is echter minder waar. De verbreking van een samenleving leidt tot tal van juridische problemen, omdat de wet ter zake nog steeds geen regeling geeft. In een reeks artikelen staan wij stil bij enkele van deze problemen. In het vorige artikel in de serie "Ongehuwd samenleven: vrijheid blijheid?" stonden we stil bij de vraag of de ene partij van de andere partij hypotheekrente kan terugvorderen als de samenleving is geëindigd. In dit artikel staan we stil bij de vraag tot wanneer die vordering ingesteld kan worden, oftewel, wanneer die vordering verjaart.

Stelt u zich de volgende feiten eens voor: Twee partijen zijn in 1990 gaan samenwonen zonder samenlevingscontract. In 1992 kochten zij samen een huis, dat ondermeer betaald werd door een hypothecaire lening. Beide partijen werkten toen nog en betaalden beiden de helft van de hypotheekrente. Na de geboorte van een kind in 1994 hebben partijen met elkaar afgesproken dat de vrouw zou stoppen met werken om voor het kind te zorgen. In juli 2007 liep de relatie tussen de man en de vrouw stuk en de man vorderde in augustus 2002 van de vrouw betaling van de helft van de door hem betaalde hypotheekrente en premie levensverzekering vanaf het moment dat de vrouw in 1994 was gestopt met werken en dus niet meer kon bijdragen in de helft van de hypotheekrente. De vrouw verweerde zich, ondermeer door te stellen dat de vordering van de man over de periode van voor augustus 2002 was verjaard.

De rechtbank en het gerechtshof oordeelden dat de vordering van de man met betrekking tot betalingen gelegen vóór 31 augustus 2002 waren verjaard op grond van artikel 3:307 BW. Bij samenlevers is er geen sprake van een verlenging van de verjaringstermijn tot zes maanden na ontbinding van het huwelijk, zoals die op grond van artikel 3:320 BW jo. artikel 3:321 lid 1 onder a BW wel tussen echtgenoten geldt. Dit brengt mee dat een vordering al tijdens de samenleving kan verjaren, aldus het gerechtshof.

Had de man wel succesvol aanspraak willen maken op zijn vergoedingsrecht, dan had hij dus tijdens de samenleving de vordering moeten inroepen, althans de verjaring daarvan moeten stuiten. De meeste mensen zullen dit niet uit zichzelf doen wanneer zij nog gelukkig samenleven, nog afgezien van het feit dat bijna niemand zich bewust zal zijn van de noodzaak de verjaring te stuiten. U bent zich daarvan nu in elk geval wel bewust.

Wij realiseren ons terdege dat het enige takt vergt om het voorgaande met uw partner te bespreken. Wij zijn graag bereid om samen met u te bezien op welke wijze dit precaire onderwerp aan de orde gesteld kan worden. Neem gerust contact op met mr. Chris van de Merbel of mr. Joke Mikes.

Dit is het laatste artikel in de serie "Ongehuwd samenleven: vrijheid blijheid?". Lees ook de eerdere artikelen in deze serie over "Partneralimentatie" en "Terugvordering hypotheekrente".

 

< Naar overzicht