"Het gaat om maatregelen om te garanderen dat benadeelden van mededingingsinbreuken daadwerkelijk ook de vergoeding van hun schade kunnen vorderen."

Omzetting Richtlijn 2014/104/EU inzake Mededinging

Met ingang van 10 februari 2017 is de Implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht in werking getreden. Die wet wijzigt Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De richtlijn heeft een tweeledig doel. Het gaat enerzijds om maatregelen om te garanderen dat benadeelden van mededingingsinbreuken daadwerkelijk ook de vergoeding van hun schade kunnen vorderen. Maar anderzijds mag de handhaving van het mededingingsrecht niet worden belemmerd.

Wijzigingen Boek 6

In boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is een nieuwe afdeling opgenomen met de titel “Schending van het mededingingsrecht”. De richtlijnbepalingen met betrekking tot aansprakelijkheid en schadevergoeding zijn daarin opgenomen.

Volgens de richtlijn en het Nederlandse recht geldt dat inbreukplegers hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die benadeelden lijden door de inbreuk op het mededingingsrecht. Dat betekent dat elke benadeelde (zoals directe en indirecte afnemer of leverancier) elke inbreukpleger aan kan spreken voor de volledige schade die hij heeft geleden.

In de richtlijn zijn twee uitzonderingen opgenomen.

De eerste uitzondering heeft betrekking op een kleine of middelgrote onderneming die een inbreuk op het mededingingsrecht heeft gepleegd, tenzij deze onderneming een leidinggevende rol heeft gespeeld bij de inbreuk of andere ondernemingen heeft aangezet hieraan deel te nemen, of eerder schuldig was aan een inbreuk op het mededingingsrecht.

De tweede uitzondering betreft de onderneming die immuniteit heeft gekregen. Als echter de benadeelden geen volledige schadevergoeding kunnen krijgen van de andere inbreukpleger(s), dan gaat deze uitzondering niet op. De richtlijn laat de interne verdeling van de draagplicht van inbreukplegers aan het nationale recht over.

Wetboek van Rechtsvordering

Naast de aansprakelijkheid en schadevergoeding is ook de toegang tot bewijsmateriaal nu geïmplementeerd in ons Nederlandse recht. De betreffende afdeling in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is getiteld "Toegang tot bescheiden in zaken betreffende schending van mededingingsrecht". In geval van schade door een inbreuk op het mededingingsrecht is immers vaak bewijsmateriaal nodig dat enkel in het bezit is van de andere partij(en), of van een mededingingsautoriteit dan wel een derde. Om voor alle partijen een goede toegang tot alle beschikbare en benodigde informatie te waarborgen, worden door de richtlijn daartoe regels gesteld. De toegang tot het bewijsmateriaal staat altijd onder toezicht van de rechter ten aanzien van de noodzaak tot en evenredigheid van de voorwaarden waaronder toegang wordt gegeven. Om geen afbreuk te doen aan de doeltreffendheid van de handhaving door een mededingingsautoriteit, bevatten de richtlijn en de wet regels waarmee bepaalde informatie wordt beschermd.

De richtlijn en de wet hebben alleen betrekking op grensoverschrijdende overtredingen van het mededingingsrecht en op overtredingen van het nationale mededingingsrecht voor zover de overtreding tevens effect heeft op de handel tussen lidstaten. Het kabinet is van plan om de bepalingen ook op de nationale gevallen van toepassing te verklaren. Dit zal via een apart wetsvoorstel plaatsvinden.

Meer weten? Neemt u gerust contact op met ons Team Franchise.

< Naar overzicht