"De schending van het integriteitsbeleid levert een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst op"

Meenemen van afval leidt tot ontslag

Het meenemen van een dvd uit een afvalcontainer door een medewerker van een afvalbrengpunt levert ernstig verwijtbaar handelen op, zodat de arbeidsovereenkomst zonder inachtneming van de opzegtermijn en zonder toekenning van de transitievergoeding wordt ontbonden.

De werknemer is in 1990 bij Twente Milieu N.V. (hierna: Twente Milieu) in dienst getreden. Hij was in dienst als medewerker afvalbrengpunt. Eind 1999 is een aantal medewerkers van Twente Milieu, waaronder werknemer, disciplinair gestraft. Zij hadden zich namelijk schuldig gemaakt aan de verduistering van oud ijzer op de afvalverzamelpunten van Twente Milieu, om dit vervolgens voor eigen gewin te verkopen. Begin 2003 is binnen Twente Milieu het nieuwe integriteitsbeleid bekend gemaakt. Hierin is bepaald dat alle ingezamelde goederen eigendom van Twente Milieu zijn en dat deze in geen geval voor eigen gebruik of verkoop mogen worden meegenomen. Twente Milieu verwijt de werknemer dat hij een ledlamp en een dvd uit de vuilcontainer heeft gehaald en deze zaken voor eigen gebruik heeft meegenomen. Dit waren spullen die als afval waren aangeboden en daarmee heeft werknemer zich schuldig gemaakt aan een grove schending van het integriteitsbeleid.

De kantonrechter heeft het volgende oordeel geveld. Op basis van ter zitting getoonde camerabeelden, acht de kantonrechter voldoende bewezen dat werknemer een dvd uit de container heeft gehaald en vervolgens mee heeft genomen om zelf te houden. Ten aanzien van de ledlamp is dat niet duidelijk op de camerabeelden te zien, maar met het meenemen van de dvd is voldoende komen vast te staan dat werknemer de integriteitsregeling geschonden heeft. Alle ingezamelde materialen, ongeacht de waarde, formaat of gewicht, zijn immers eigendom van Twente Milieu, zo overweegt de kantonrechter.

De schending van het integriteitsbeleid levert een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW. Uit de toelichting op de Wwz komt nl. naar voren dat een werknemer die door handelen in strijd met bekend gemaakte gedragsregels van de organisatie het vertrouwen van zijn werkgever ernstig heeft beschaamd, geacht kan worden ernstig verwijtbaar te hebben gehandeld. De kantonrechter vindt dat in dit geval daarvan evident sprake is. Daarbij is van belang dat er geen sprake is van een eenmalige fout van de werknemer. Hij was immers eerder gestraft voor de oud-ijzer affaire. De werknemer was daarom een meer dan gewaarschuwd man en hij wist, althans hij had kunnen weten wat hem te wachten stond met het meenemen van afval, namelijk in het ernstigste geval een ontslag op staande voet. De kantonrechter vindt dan ook dat sprake is van een voldragen ontslaggrond “verwijtbaar handelen” en dat herplaatsing van de werknemer daarom niet in de rede ligt. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder inachtneming van de opzegtermijn per 1 januari 2017. Omdat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van werknemer, hoeft de werkgever op grond van artikel 7:673 lid 7 onderdeel c BW de transitievergoeding – die ruim € 43.000,- bedroeg – niet aan de werknemer te betalen.

Deze uitspraak leert dat de overtreding van duidelijke en vooraf bekend gemaakte gedragsregels tot ontslag op korte termijn zonder transitievergoeding kan leiden, zeker als de werknemer eerder gewaarschuwd is.

Meer weten? Neemt u dan gerust contact op met mr. Matthijs Hoekstra of mr. Jelle van Roeyen.

< Naar overzicht