"Hij meent dat hierover in een volgend regeerakkoord afspraken moeten worden gemaakt."

Komt de minister met reparatiewetgeving inzake extra mogelijkheden bepaalde tijd contracten?

Enige tijd geleden schreven wij in onze nieuwsbrief al over het arrest van de Hoge Raad van 4 november 2016.

Kort gezegd ging dat arrest over de vraag of de betreffende werkgever (payrollbureau) gehouden was deel te nemen aan het pensioenfonds voor de uitzendbranche. De Hoge Raad stelde vast dat ook een payrollbureau valt onder de regels voor uitzendbureaus.

Dit arrest is daarmee heel belangrijk voor de invulling van de Wet werk en zekerheid (hierna Wwz).

Veel werkgevers zuchten namelijk onder de Wwz. De mogelijkheden voor een bepaalde tijd contract zijn bijvoorbeeld behoorlijk beperkt.

Het bovengenoemde arrest zet feitelijk de deur open naar legitieme mogelijkheden om dat nadeel van de Wwz uit te stellen.

Bij uitzendbureaus of payrollbureas is de fase voor toegestane bepaalde tijd contracten 5,5 jaar. De werkgever zou dan als extra activiteit een uitzendbureau kunnen starten om daar zijn nieuwe personeel in onder te brengen om zo langer bepaalde tijd periodes te kunnen afspreken met werknemers.

Het is, zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld, aan de wetgever om in te grijpen als het van toepassing zijn van de regels op payrolling (en detachering) tot een onwenselijke situatie leidt.

Iedereen keek dus met spanning uit naar de reactie van de minister. Zou hij ingrijpen na dit arrest? Inmiddels heeft de minister gereageerd met een brief naar de Voorzitter van de Tweede Kamer van 16 november 2016.

Brief minister

De minister onderschrijft dat de arresten bij sommige werkgevers de mogelijke onzekerheid over de wettelijke legitimiteit van payrolling weg kunnen nemen. Daarvan zou het gevolg kunnen zijn dat werkgevers meer gebruik gaan maken van payrolling (of detachering), juist ook gelet op het verlichte arbeidsrechtelijke regime dat hierop van toepassing is.

De minister sluit zijn brief af met de mededeling dat hij niet zal overgaan tot het (verder) wettelijk ingrijpen. Tussen de sociale partners bestaat geen overeenstemming over maatregelen die getroffen zouden moeten worden. De arresten van de Hoge Raad zullen in de visie van de minister vermoedelijk niet tot andere standpunten leiden. Hij meent dat hierover in een volgend regeerakkoord afspraken moeten worden gemaakt.

Er is dus voorlopig geen zicht op reparatiewetgeving.

Wat betekent dit voor u als werkgever?

Het verlichte arbeidsrechtelijke regime kan in veel gevallen ook door ‘gewone’ werkgevers benut gaan worden. Dat regime houdt in:

  • Gebruik kunnen maken van het zogenoemde uitzendbeding, inhoudende dat de uitzendovereenkomst van rechtswege eindigt als de opdrachtgever de overeenkomst met het payrollbedrijf beëindigt. Wettelijk is het gebruik van een dergelijk beding beperkt tot 26 weken, bij cao is deze periode veelal verlengd tot 78 weken.
  • De ketenbepaling is pas van toepassing zodra de werknemer meer dan 26 weken arbeid heeft verricht; deze periode kan bij cao worden verlengd tot ten hoogste 78 weken (en is dat veelal ook).
  • Voor de ketenbepaling geldt op grond van de cao veelal dat pas na 6 contracten of na 4 jaar een vast contract ontstaat.
  • De loondoorbetalingsplicht (als het niet kunnen verrichten van de arbeid voor risico komt van de werkgever) is op grond van de cao veelal gedurende de eerste 78 weken uitgesloten (wettelijke termijn is 26 weken).

De rechtspositie van een payrollmedewerker of gedetacheerde kan daardoor wezenlijk verschillen met die van een gewone werknemer, nog afgezien van het verschil in andere arbeidsvoorwaarden, nu het payrollbedrijf of het detacheringsbedrijf in beginsel niet gebonden is aan de cao van de werkgever aan wie een payrollwerknemer of gedetacheerde ter beschikking wordt gesteld.

Wel regelt artikel 8 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) een gelijkstelling voor de primaire arbeidsvoorwaarden van ter beschikking gestelde medewerkers (zoals payrollwerknemers) met werknemers die direct in dienst zijn bij de opdrachtgever in gelijke of gelijkwaardige functies. Van deze bepaling kan echter bij cao worden afgeweken, aldus de minister.

Wilt u meer weten, bijvoorbeeld over hoe u een langere periode van flexibiliteit kunt bereiken, neemt u dan contact op met mr. Tilly Neve-van der Leden of mr. Nienke Slump.

< Naar overzicht