"De Rechtbank Den Haag overweegt dat de gestelde omstandigheid dat de winkel bedrijfseconomisch zijn plafond zou hebben bereikt op zichzelf geen zwaarwichtig belang vormt. "

Een ondernemer die zijn bedrijf wenst te verkopen, zal, wanneer de onderneming wordt geëxploiteerd vanuit een gehuurd pand, ook zijn huurrechten willen overdragen. Hiervoor is echter de medewerking van de verhuurder nodig. Deze wordt immers geconfronteerd met een nieuwe huurder. Als de verhuurder niet wil meewerken aan de ‘indeplaatsstelling’, dan kan de huurder op grond van artikel 7:307 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: ‘BW’) een machtiging aan de kantonrechter vragen om de huurovereenkomst toch te kunnen overdragen. 

Dit voor de huurder van ‘290-bedrijfsruimte’ (kort gezegd: winkelruimte) geldende recht op indeplaatsstelling is een regel van dwingend recht en kan dus niet in de huurovereenkomst worden uitgesloten. De rechter beslist op de vordering met inachtneming van de omstandigheden van het geval, maar er dient in ieder geval sprake te zijn van een overdracht van het bedrijf door de huurder aan de nieuwe huurder, terwijl de huurder ook een ‘zwaarwichtig belang’ bij de overdracht van zijn bedrijf dient te hebben. Verder bepaalt artikel 7:307 lid 2 BW dat de rechter het verzoek om machtiging afwijst als de nieuwe huurder onvoldoende waarborgen biedt voor het nakomen van alle verplichtingen uit de huurovereenkomst. 

In een uitspraak van de Rechtbank Den Haag kwam deze kwestie aan bod. Een VOF, Chicken Today, huurt een winkelruimte in een winkelcentrum. Op een bepaald moment verkopen de vennoten van Chicken Today hun onderneming aan derden. Chicken Today verzoekt de verhuurder van de winkelruimte om indeplaatsstelling van de kopers van de onderneming, maar de verhuurder wijst dat verzoek af.

Chicken Today start daarop een gerechtelijke procedure en stelt daarin dat haar winkel bedrijfseconomisch zijn plafond heeft bereikt. Dat hangt voor een groot deel samen met het feit dat in de omgeving van de winkel voornamelijk allochtonen wonen. De voorgestelde nieuwe huurders hebben een Marokkaanse en islamitische achtergrond en zijn daardoor veel beter in staat om het voornamelijk allochtone winkelpubliek aan zich te binden, aldus Chicken Today. Daardoor zullen de omzet en de winst van de winkel volgens haar toenemen. De voorgestelde nieuwe huurders bieden volgens Chicken Today ook voldoende waarborgen voor een volledige nakoming van hun verplichtingen uit de huurovereenkomst en voor een behoorlijke bedrijfsvoering.

De Rechtbank Den Haag overweegt dat de gestelde omstandigheid dat de winkel bedrijfseconomisch zijn plafond zou hebben bereikt op zichzelf geen zwaarwichtig belang vormt. Tussen partijen staat immers niet ter discussie dat het bedrijf financieel gezond is. De enkele wens van één van de vennoten van Chicken Today om zich in de toekomst uitsluitend toe te leggen op zijn winkel in Volendam, zoals door hem tijdens de comparitie toegelicht, vormt evenmin een zwaarwichtig belang. Dat de voorgestelde nieuwe huurders door hun afkomst mogelijk het allochtone publiek in de buurt beter kunnen bedienen is misschien juist, maar dit ziet op het belang dat de aspirant huurders bij de gevorderde indeplaatsstelling hebben en niet op het belang van Chicken Today.

De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat geen sprake is van een zwaarwichtig belang als bedoeld in artikel 7:307 lid 2 BW en wijst de gevorderde indeplaatsstelling af.

Meer weten? Neem gerust contact op met mr. Lizelotte de Hoog of met mr. Joke Mikes.

< Naar overzicht