"De vrouw hield blijvende klachten over aan de hernia, maar onduidelijk was of die klachten zijn ontstaan omdat zij te laat is geopereerd."

In een eerder nieuwsbrief item besteedden wij aandacht aan aansprakelijkheid van een oogarts en de berekening van de schade. In een recent arrest van de Hoge Raad was schade na een te laat uitgevoerde hernia-operatie onderwerp van discussie.

Het ging om een vrouw met een acute hernia die was onderzocht op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis. Dezelfde avond is zij naar huis gestuurd met pijnstillers. De volgende middag is zij echter opnieuw in het ziekenhuis beland, waarna zij dezelfde dag nog is geopereerd aan de hernia. De vrouw hield blijvende klachten over aan de hernia, maar onduidelijk was of die klachten zijn ontstaan omdat zij te laat is geopereerd.

Nadat het hoger beroep was doorlopen, stond niet meer ter discussie dat de eerste arts een beroepsfout had gemaakt door de vrouw onvoldoende te onderzoeken en te bevragen.

De vrouw is echter in cassatie gegaan omdat zij het oneens was met het oordeel van het gerechtshof op het punt van de verzochte schadevergoeding. Die werd namelijk afgewezen. 

De motivering van het gerechtshof was dat de benoemde deskundige die zich diende uit te laten over de schade, niet kon aangeven wat de kans was op een beter behandelingsresultaat als de vrouw eerder was geopereerd. De deskundige had aangegeven dat hij daarover geen uitspraak kon doen, omdat die vraagstelling in de wetenschap nog niet was opgehelderd. Wel had de deskundige aangegeven dat de hernia in beginsel binnen een dag na ontstaan had moeten zijn geopereerd om het risico van blijvend letsel te beperken. In de relevante richtlijn stond, zo gaf de deskundige aan, dat een snelle operatie noodzakelijk is, wat inhield dat min of meer dwingend wordt gesteld dat dit binnen een dag na ontstaan moet, maar het liefst zo snel mogelijk gezien de ongunstige prognose.

Op basis van onder meer het voorgaande heeft de Hoge Raad reden gezien om het arrest van het hof te vernietigen en ter verdere behandeling terug te verwijzen naar een ander hof.

De juridische beoordeling van de Hoge Raad:

´Het hof had – nu de deskundige geen kanspercentage kon noemen maar zijn antwoorden niet uitsluiten dat van het verlies van een reële kans sprake kan zijn geweest – nader moeten onderzoeken of door het delay een reële kans op een betere uitkomst verloren is gegaan, en had – bij bevestigende beantwoording van die vraag – vervolgens tot een zo goed mogelijke schatting van deze kans moeten komen. Daartoe had het hof bijvoorbeeld de deskundige op een zitting nader kunnen bevragen.´

Een ander hof dient met deze aanwijzingen van de Hoge Raad een nieuwe uitspraak te doen over deze zaak.

Meer weten, neem gerust contact op met mr. Mieke Verhoeff of met mr. Lizelotte de Hoog.

< Naar overzicht