"Meer concreet kan aansprakelijkheid worden aangenomen, aldus de Hoge Raad, als voldoende ernstige en concrete aanwijzingen voor de Arbeidsinspectie bestonden om de (mogelijke) overtreding en het hieruit voortvloeiende risico op schade aan te nemen."

Hoge Raad laat zich uit over de bewijsregels rondom falend toezicht door de overheid

De discussie rondom de (waarschuwingen voor de) brandveiligheid van de flat in Londen maakt het leerstuk van falend overheidstoezicht actueel. Wat zijn de geldende normen hiervoor in Nederland? In een recent arrest van 2 juni 2017 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de vraag onder welke omstandigheden de Nederlandse overheid aansprakelijk is voor falend toezicht.

Het betreft een zaak van een voormalig werknemer (hierna: ‘de werknemer’) van een bedrijf waar asbesthoudende materialen waren verwerkt.  De werknemer heeft kanker (mesothelioom) gekregen na in aanraking te zijn gekomen met asbest. Op de grond dat de Arbeidsinspectie onvoldoende toezicht zou hebben gehouden op de arbeidsomstandigheden bij zijn voormalige werkgever, stelde hij de Staat aansprakelijk. De rechtbank heeft de vordering afgewezen. De werknemer is in hoger beroep gegaan. Ten overstaande van het gerechtshof stelde hij zich op het standpunt dat de Staat aannemelijk moet maken dat de Arbeidsinspectie gebruik heeft gemaakt van de controlebevoegdheden met betrekking tot het gebruik van asbesthoudende materialen. Hij legde hieraan ten grondslag dat hij en zijn collega’s de Arbeidsinspectie nooit op de werkvloer hebben aangetroffen.

Het gerechtshof heeft het afwijzende vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het hof overwoog dat de stelplicht en bewijslast ten aanzien van toezichtsfalen in beginsel op de werknemer rusten. Dat de arbeidsinspectie niet op de werkvloer is waargenomen achtte het hof onvoldoende om te kunnen stellen dat de Arbeidsinspectie tekort zou zijn geschoten, ook in samenhang met meer algemene stellingen ten aanzien van het gebruik van asbest in de betreffende periode, zoals de stelling dat destijds gebruikelijk was om met asbesthoudende materialen te werken. Het hof nam in aanmerking dat het feit dat de Arbeidsinspectie niet was waargenomen, niet betekent dat de toezichthoudende taak niet naar behoren was uitgeoefend. Fysieke aanwezigheid op de werkvloer was namelijk niet vereist voor de toetsing aan alle vereisten van de regelgeving. Verder overwoog het hof dat de Staat een aanzienlijke beleids- en beoordelingsvrijheid toekomt bij de handhaving van asbestregelgeving.

De werknemer is in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. De Hoge Raad overweegt kort gezegd dat aansprakelijkheid van de Staat voor de schade wegens toezichtsfalen in beeld komt als de schade voorzienbaar was en de toezichthouder in redelijkheid had moeten nopen tot het nemen van maatregelen ter voorkoming van de schade. Meer concreet kan aansprakelijkheid worden aangenomen, aldus de Hoge Raad, als voldoende ernstige en concrete aanwijzingen voor de Arbeidsinspectie bestonden om de (mogelijke) overtreding en het hieruit voortvloeiende risico op schade aan te nemen. Het niet plaatsvinden van toezicht of controle in gevallen waarin geen concrete aanwijzingen bestaan voor mogelijke overtredingen, kan slechts in uitzonderlijke omstandigheden tot aansprakelijkheid leiden, zo voegt de Hoge Raad daar nog aan toe.

Uit de uitspraak van de Hoge Raad lijkt te volgen dat de werknemer erop heeft willen aansturen dat op de Staat een zwaardere motiveringsplicht rustte met betrekking tot het door hem gehouden toezicht. De Staat zou daarom moeten uitleggen wat zij zoal aan toezicht zou hebben gedaan in de periode waarin de schade is ontstaan. De Hoge Raad gaat hier niet in mee. De mate waarin het verweer van de Staat in een specifiek geval dient te worden gemotiveerd, hangt blijkens de uitspraak af van de omstandigheden van het geval en van hetgeen de benadeelde omtrent het tekortschieten van het toezicht heeft gesteld en aan bewijs heeft aangeleverd. Op de Staat rust dus in beginsel geen verzwaarde motiveringsplicht.

Gezien de uitspraak zal een toezichthoudend orgaan zoals de Arbeidsinspectie in actie moeten komen, indien voldoende concrete aanwijzingen bestaan dat de veiligheid of gezondheid van personen of zaken in gevaar zijn.  Wordt bijvoorbeeld voldoende concreet gewaarschuwd  voor gevaar van schade wegens (mogelijke) overtreding van regelgeving, en doet de toezichthouder niets, dan heeft de toezichthouder ingeval van schade iets uit te leggen.

Meer weten? Neem gerust contact op met mr. Mieke Verhoeff en mr. Lizelotte de Hoog.

< Naar overzicht