"Dit arrest is belangrijk voor de aansprakelijkheidspraktijk, omdat nu duidelijk is geworden dat voor de invulling van de op de grondroerder rustende zorgplicht aansluiting moet worden gezocht bij de Richtlijn Zorgvuldig Graafproces (CROW 250)"

Graafschade veroorzaakt meer dan een kwart van alle stroomstoringen en uitval van andere openbare voorzieningen. Zorgvuldigheid is geboden in een dichtbekabeld land als Nederland. Ook in onze praktijk zien wij dat het nogal eens ontbreekt aan een goede voorbereiding bij graafwerkzaamheden.

Het volgen van de relevante wet- en regelgeving is met name van belang voor situaties waar later blijkt dat een leiding of kabel anders ligt dan is gedocumenteerd door de beheerder. Recentelijk heeft de Hoge Raad geoordeeld over de vraag of in zo’n geval de grondroerder aansprakelijk is voor graafschade. In die zaak bleek de kabel onder een oude damwand heen te lopen, terwijl dit op de aangeleverde tekening niet was aangegeven.

Zorgplichten

Artikel 2 lid 3 onder b van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (thans: Wet Informatie-uitwisseling Boven en Ondergrondse netten en netwerken) bepaalde dat de grondroerder verplicht is onderzoek te doen naar de precieze ligging van het net. Deze zorgplicht rust op de grondroerder. Artikel 5 lid 2 van het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten (thans: Besluit informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken) daarentegen regelt dat de liggingsgegevens die de beheerder aan de grondroerder levert, tenminste een nauwkeurigheid van één meter moeten hebben; dit is dus een plicht voor de beheerder. In de onderhavige zaak hadden de aangeleverde gegevens niet de nauwkeurigheid van één meter. De daadwerkelijke ligging van de kabel week namelijk 1,02 of 1,12 meter (dat is niet vast komen te staan) af ten opzichte van de aangeleverde gegevens.

De Hoge Raad had dus de schone taak om te beoordelen hoe de onderzoeksplicht van de grondroerder ten aanzien van de precieze ligging van de kabel zich verhoudt tot de plicht van de beheerder om gegevens aan te leveren met een nauwkeurigheid van tenminste één meter.

Nauwkeurigheidseis

Allereerst overweegt de Hoge Raad dat een grondroerder er niet zonder meer op mag vertrouwen dat een aan hem verstrekte tekening aan de nauwkeurigheidseis voldoet. De werkelijke ligging van een net kan immers door verschillende oorzaken van de tekening afwijken. De vraag in hoeverre een grondroerder dan wel mag vertrouwen op een tekening, hangt af van de omstandigheden van het geval aldus de Hoge Raad. In het onderhavige geval was de kabel al in 1956 of 1957 gelegd en daarna hebben op die bewuste plaats nog werkzaamheden plaatsgevonden. Daardoor mocht de grondroerder niet op de nauwkeurigheid van één meter voor de aangeleverde gegevens vertrouwen.

Onderzoeksplicht

Vervolgens bekijkt de Hoge Raad of de grondroerder voldoende onderzoek had verricht naar de precieze ligging van de kabel. Voor de invulling van die zorgplicht dient volgens de Hoge Raad aangesloten te worden bij de Richtlijn Zorgvuldig Graafproces (CROW 250). Als een rechter een afwijkende invulling wil geven aan de zorgplicht, dan moet de rechter motiveren waarom hij van de Richtlijn afwijkt.

In dit geval had de grondroerder twee proefsleuven gegraven, waar hij conform de tekening de kabel had aangetroffen. De Richtlijn eist echter dat over het gehele graaftraject onderzoek moet worden gedaan om de kabel te lokaliseren. De Hoge Raad heeft de zaak naar het Gerechtshof Den Haag verwezen. Dat gerechtshof moet nu onderzoeken of de grondroerder ervan uit mocht gaan dat de kabel na de twee gegraven proefsleuven het ingetekende traject zou blijven volgen. Daarbij dient het gerechtshof ook de omstandigheid te betrekken dat de terreinsituatie in 1981 is gewijzigd.

Belang voor de praktijk

Het arrest is belangrijk voor de aansprakelijkheidspraktijk, omdat nu duidelijk is geworden dat voor de invulling van de op de grondroerder rustende zorgplicht aansluiting moet worden gezocht bij de Richtlijn Zorgvuldig Graafproces (CROW 250). Afwijkingen van de Richtlijn, zonder dat een rechter een schending van die zorgplicht vaststelt, dienen door de rechter gemotiveerd te worden. Ook heeft de Hoge Raad aangegeven dat de gegevens die de beheerder over het net aanlevert zo nauwkeurig mogelijk moeten zijn, maar dat soms door omstandigheden niet van de beheerder gevergd kan worden dat deze gegevens voldoen aan de nauwkeurigheidsvereiste van één meter.

De grondroerder dient dus nog meer op zijn tellen te passen en is de partij die het snelst aansprakelijk is (vgl. ook de door ons kantoor behandelde zaak Rechtbank Amsterdam 7 oktober 2015).

Meer weten? Neem gerust contact op met mr. Jan Jacobse of mr. Sietske Delen.

< Naar overzicht