"De bepaling uit de verordening dient – ondanks dat deze dwingend voorgeschreven is – vanwege de onevenredig nadelige gevolgen voor de marktkoopman, buiten toepassing te worden gelaten."

Gevolgen intrekken vergunning wegens boete Wav onevenredig nadelig

Aan een marktkoopman die vier dagen per week op de Haagse Markt stond, werd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een boete van € 12.000,- opgelegd wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Op grond van de Marktverordening Den Haag 2013 volgt in dat geval een dwingend voorgeschreven intrekking van de marktvergunning. Het college van b&w trok dus de vergunning van de marktkoopman in. De marktkoopman was het hier niet mee eens en ging in bezwaar. Na doorprocederen werd de zaak uiteindelijk voorgelegd aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). De Afdeling was van oordeel dat het intrekken van de vergunning in dit geval te ingrijpend was en vernietigde het intrekkingsbesluit.

De omstandigheden die hebben bijgedragen aan het oordeel van de Afdeling waren als volgt. De marktkoopman was al ruim veertig jaar actief op de Haagse Markt en had een goede staat van dienst. De Wav-boete is opgelegd omdat een vreemdeling met een beker koffie in zijn hand kleding recht hing in de rekken en hij kort daarna alleen in de marktkraam stond en de vloer van de kraam met een mop en water schoonmaakte. Uit afgelegde verklaringen en waarnemingen bleek echter ook dat de markoopman geen opdracht heeft gegeven tot het verrichten van de werkzaamheden. De vreemdeling had ook niet de intentie om arbeid te verrichten voor (het bedrijf van) de marktkoopman. Hij wilde een vriend, die in de marktraam werkte, helpen. De vreemdeling heeft ook geen vergoeding voor de werkzaamheden ontvangen en (het bedrijf van) de marktkoopman heeft zich niet met de werkzaamheden bemoeid.

Intrekking van de marktvergunning had tot gevolg dat de koopman in ieder geval vier jaar geen standplaats op de Haagse markt kon innemen. Omdat sprake is van overaanbod in de textielbranche, zou het voor deze marktkoopman feitelijk zelfs onmogelijk worden om terug te keren op de Haagse markt. 

De financiële gevolgen van de intrekking zijn bovendien zeer groot. De marktkoopman had aangetoond dat het inkomen van hem en zijn vrouw tot onder het bijstandsniveau is gedaald doordat 80% van hun inkomen werd gerealiseerd op de Haagse Markt. Zij hadden inmiddels hun spaargeld opgemaakt, geld geleend, en de hypotheekschuld verhoogd. Het is niet realistisch dat de marktkoopman ergens anders een verkoopplaats zou weten te bemachtigen die ongeveer dezelfde opbrengsten zou opleveren. De markoopman is, ook gelet op zijn leeftijd, voor zijn inkomen aangewezen op een plaats op de Haagse Markt.  

Onder deze omstandigheden achtte de Afdeling het kennelijk onredelijk om toepassing te geven aan de Marktverordening en de vergunning in te trekken. De bepaling uit de verordening dient – ondanks dat deze dwingend voorgeschreven is – vanwege de onevenredig nadelige gevolgen voor de marktkoopman, buiten toepassing te worden gelaten. De marktkoopman behield dus zijn vergunning.

Het komt overigens niet vaak voor dat een algemeen verbindend voorschrift (zoals een verordening) buiten toepassing moet worden gelaten. Er moet, zoals in het geval van de marktkoopman, sprake zijn van onevenredig nadelige gevolgen. Wilt u hier meer over weten? Neem gerust contact op met mr. Carolien de Snoo-Verhage of mr. Paul Adriaanse.

< Naar overzicht