"De gebeurtenis die zich heeft voorgedaan was te buitenissig om redelijkerwijs te kunnen voorzien"

Gemeente aansprakelijk voor ongeval met dranghek?

Een vrouw op een bromfiets komt rond 1:00 uur in de nacht van 3 op 4 mei 2013 ten val door een op de weg geplaatst dranghek. De vrouw loopt hierdoor letsel op en haar bromfiets en kleding raken beschadigd. Via een deelgeschillenprocedure ex artikel 1019w Rv verzoekt de vrouw dat de rechtbank zal bepalen dat de gemeente aansprakelijk is voor het ongeval. De vordering is gebaseerd op de onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW.

De casus
Op 2 mei 2013 zijn in opdracht van de gemeente Wageningen bundels met dranghekken langs de weg gereedgezet die op 4 en 5 mei gebruikt zouden gaan worden om de weg mee af te zetten tijdens de dodenherdenking en de viering van Bevrijdingsdag. De bundels werden geplaatst in de nabijheid van twee studentensociëteiten en een hotel. In de nacht van 3 op 4 mei 2013 is het uitgaanspubliek met één van de dranghekken aan de haal gegaan en is deze geplaats op de Generaal Foulkesweg. Tegen dit hek is verzoekster aangereden. Verzoekster meent dat de gemeente onzorgvuldig heeft gehandeld door de dranghekken niet vast te maken terwijl de gemeente had moeten voorzien dat (feestende) derden uit baldadigheid dranghekken op straat zouden zetten.

Het oordeel
De kantonrechter pelt de zaak via de kelderluikcriteria af. Gelet dient te worden op de mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht, maar ook op de hoegrootheid van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, op de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben, en op de mate van bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen.

De kantonrechter oordeelt dat het voor de gemeente in beginsel voorzienbaar was dat door de dranghekken onbewaakt en niet vastgemaakt in een uitgaansgebied te plaatsen de mogelijkheid in het leven werd geroepen dat een dranghek door een derde verplaatst zou worden. Deze mate van voorzienbaarheid brengt op zichzelf echter niet automatisch aansprakelijkheid met zich mee. De redenering van de kantonrechter gaat als volgt verder:

“Het gaat echter te ver aan te nemen dat aan dit gedrag van de gemeente het inherente gevaar was verbonden dat een verkeersdeelnemer tegen een dranghek zou aanrijden dat door uitgaanspubliek op de weg was gezet. Bovendien is de mate van waarschijnlijkheid van daaruit voortvloeiende schade naar het oordeel van de rechtbank niet zo groot dat de gemeente zich naar maatstaven van zorgvuldigheid ervan had moeten onthouden de dranghekken onbewaakt en niet vastgemaakt klaar te zetten.”

Een en ander wordt samengevat door aan te geven dat de gebeurtenis die zich heeft voorgedaan te buitenissig was om redelijkerwijs te kunnen voorzien. De kantonrechter komt dan ook tot de conclusie dat de gemeente niet onrechtmatig heeft gehandeld.

Het oordeel van de kantonrechter was waarschijnlijk anders uitgevallen indien aannemelijk zou zijn gemaakt dat de gemeente bekend was met het feit dat de dranghekken vaker op de openbare weg waren gezet. Hieruit kan worden geconcludeerd dat indien een schadeveroorzakende gebeurtenis eerder en kenbaar heeft plaatsgevonden, aansprakelijkheid sneller wordt aangenomen.

Meer weten? Neem gerust contact op met mr. Jan Jacobse of mr. Esther Tange.

< Naar overzicht