"Re-integreren is volgens het CRvB geen ‘arbeid’ als er geen ‘echt’ werk wordt gedaan. Maar is dat ook zo?"

Geen recht op WW na dienstverband bij re-integratiewerkgever?

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft beslist dat een werknemer geen recht heeft op WW na een dienstverband bij een re-integratiewerkgever. Re-integreren is volgens het CRvB geen ‘arbeid’ als er geen ‘echt’ werk wordt gedaan. Maar is dat ook zo?

Waar ging het om in deze gerechtelijke procedure?

Een werknemer is op 22 december 2003 in dienst getreden bij Bedrijf A in de functie van planner. Op 7 september 2010 heeft de werknemer zich ziek gemeld. In 2011 is vastgesteld dat de werknemer niet meer in staat was om zijn eigen werk uit te voeren. Zijn functie kon niet worden aangepast, en binnen Bedrijf A bestond geen mogelijkheid om hem in een passende functie te herplaatsen. In maart 2012 werd aan de werknemer voorgesteld dat hij uit dienst zou gaan bij bedrijf A en vervolgens in dienst zou treden bij Bedrijf B (hierna ook: ‘de re-integratiewerkgever’). Bedrijf B zou de re-integratie op zich nemen. De werknemer stemde hiermee in en er werd een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar gesloten. De arbeidsovereenkomst met A werd middels een vaststellingsovereenkomst beëindigd.

Bedrijf B zou trachten een passende functie voor de werknemer te vinden. De werknemer zou ook zelf op zoek gaan naar passend werk, en zou daarvoor de nodige begeleiding van Bedrijf B krijgen.

Financiële afspraken

Bedrijf B ontving € 35.000,- van Bedrijf A, wat overeenkwam met het jaarsalaris van de werknemer. Bedrijf A zou gedurende het tijdelijke contract bij Bedrijf B de pensioenpremies van de werknemer blijven betalen. Bedrijf B meldde werknemer aan bij de belastingdienst en heeft loonheffing en premies afgedragen. De werknemer ontving salaris. Uit hoofde van deze afspraken werden gedurende het tijdelijke dienstverband alle werkgeverslasten afgedragen.

Afspraken over de re-integratie

Afgesproken werd dat de werkzaamheden zowel bij opdrachtgevers van bedrijf B, als intern bij bedrijf B zouden worden verricht. De werknemer werd aangesteld in de functie van Algemeen Medewerker en zou vanuit die functie worden herplaatst op een voor hem passende functie. In september 2012 heeft de werknemer werk aanvaard als chauffeur bij Bedrijf C (12,5 uur), maar feitelijk heeft de werknemer geen kilometer gereden. Hij heeft de auto waar hij chauffeur van zou zijn, alleen maar gezien. Wel was hij op afroep beschikbaar als chauffeur.

WW-aanvraag

Als het jaar bijna om is, vraagt werknemer het UWV tevergeefs om hem een WW-uitkering toe te kennen. Ook het bezwaar en beroep worden afgewezen. De reden daarvan is dat er geen sprake zou zijn geweest van het verrichten van arbeid. Dit is een van de criteria (naast het ontvangen van loon en de aanwezigheid van een gezagsverhouding) waaraan een overeenkomst moet voldoen om als arbeidsovereenkomst te kunnen worden aangemerkt.

Oordeel CRvB

De CRvB overweegt dat voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een werknemer in de zin van de WW, niet alleen maatgevend is wat op papier is afgesproken. Ook wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen heeft gestaan en de feitelijke uitvoering van de overeenkomst, is van belang.

Het UWV heeft niet betwist dat de ontvangen betalingen als loon kunnen worden aangemerkt en dat werknemer instructies heeft ontvangen van bedrijf B. Volgens het UWV heeft de werknemer echter geen ‘arbeid’ in de zin van de wet verricht. Het CRvB oordeelt dat uit hetgeen de werknemer en bedrijf B hebben verklaard, blijkt dat het de bedoeling was dat aan hun rechtsverhouding zo spoedig mogelijk een einde zou komen. Nu er ook feitelijk geen “werkzaamheden” zijn verricht door werknemer, meent de CRvB net als het UWV dat de gesloten overeenkomst niet als een arbeidsovereenkomst kan worden aangemerkt. Bijgevolg bestaat er geen recht op WW, aldus de CRvB.

Bij de uitspraak is een commentaar verschenen van hoogleraar prof. G.C. Boot. Prof. Boot stelt hierin aan de orde dat in de (arbeidsrechtelijke) jurisprudentie juist sprake is van een ruime uitleg van het begrip ‘arbeid’. Als voorbeeld geeft hij slaapdiensten, het schrijven van een proefschrift en het deelnemen aan het televisieprogramma Gouden Kooi. Al deze bezigheden vallen blijkens de jurisprudentie wel onder het begrip ‘arbeid’.

Hoge Raad

Naar wij hebben begrepen is tegen deze uitspraak cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Wij wachten de uitkomst daarvan met grote belangstelling af en zullen u uiteraard berichten over de uitkomst!

Meer weten of vragen over dit onderwerp? Neemt u dan gerust contact op met mr. Tilly Neve-van der Leden of mr. Chris van de Merbel.

< Naar overzicht