"Contract is dus wel degelijk contract, ook als het gaat om het volgen van de overeengekomen wijze van geschillenbeslechting"

Contract is contract! Of toch niet helemaal?

De redelijkheid en billijkheid loopt als een rode draad door het Nederlandse recht. Die redelijkheid en billijkheid was ook onderwerp van het op 6 oktober 2017 door de Hoge Raad gewezen arrest. Waar ging het in die procedure om?

De Stichting Hermitage aan de Amstel (“de Stichting”) exploiteert de Amsterdamse dependance van het wereldberoemde staatsmuseum de Hermitage in Sint Petersburg. Het museum is gehuisvest in de Amstelhof, een monumentaal pand uit 1681 gelegen aan de Amstel tussen de Nieuwe Herengracht en de Nieuwe Keizersgracht te Amsterdam.

De horecagedeelten worden uitgebaat door Hermitage Café Amsterdam B.V. (“het Hermitage Café"). Daartoe zijn de Stichting en het Hermitage Café in 2004 een samenwerkingsovereenkomst aangegaan.

Op grond van die overeenkomst is het Hermitage Café gehouden om het in het museum gevestigde restaurant “Neva” te openen van maandag tot en met zaterdag van 10.00 uur tot 01.00 uur en op zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur.
Bij wijze van gebruiks- en exploitatievergoeding is het Hermitage Café een vergoeding verschuldigd van € 150.000,- per jaar alsmede een vergoeding gelijk aan 8% van de door het Hermitage Café gerealiseerde omzet boven een bedrag van € 2.375.000,-.
Verder bepaalt de overeenkomst dat deze onder meer tussentijds opgezegd kan worden indien er een ernstig geschil tussen partijen bestaat over de bedrijfsvoering, dat niet met behulp van een mediator door partijen kan worden opgelost.

De resultaten van de avondopenstelling van restaurant Neva vallen eigenlijk van meet af aan tegen. Reden waarom partijen in overleg treden over een aanpassing van de tussen hen gemaakte afspraken. Vooruitlopend op het bereiken van overeenstemming over die nadere afspraken besluiten partijen om het restaurant met ingang van begin mei 2013 ’s avonds gesloten te houden.

In de daaropvolgende maanden doen partijen over en weer meerdere voorstellen. Uitgangspunt daarbij is steeds dat van een avondopenstelling niet langer sprake is.

Op enig moment lijken partijen elkaar bijna te vinden in een oplossing. De Stichting stelt voor de vaste vergoeding te verhogen tot € 175.000,- per jaar en de variabele vergoeding te stellen op 6% over de omzet boven € 1.600.000,-. Daarbij geeft de Stichting echter aan dat het restaurant na 17.30 uur nog slechts open gesteld moet worden voor groepen van sponsoren en derden, waarbij het Hermitage Café in geval van een dergelijke avondopenstelling bovenop de genoemde 6% een additionele vergoeding verschuldigd is van 20% van de omzet uit die avondopenstellingen.

Het Hermitage Café deelt daarop mede akkoord te zijn met de voorgestelde vaste en variabele vergoedingen, maar verder af te zien van commerciële exploitatie van het restaurant gedurende de avonduren. Met een door haar aan de Stichting verschuldigde vergoeding van 26% van haar daarmee behaalde omzet, zou een avondopenstelling namelijk per definitie verliesgevend zijn.

Omdat het Hermitage Café hiermee afwijkt van hetgeen door de Stichting is voorgesteld, wordt dit juridisch gezien als een nieuw voorstel. De Stichting accepteert dat tegenvoorstel van het Hermitage Café niet en laat het Hermitage Café weten haar te zullen houden aan de oorspronkelijke overeenkomst. Daarbij sommeert de Stichting het Hermitage Café om het restaurant ook weer op maandag tot en met zaterdag tot 01.00 uur geopend te houden. Die sommatie legt het Hermitage Café naast zich neer. Het restaurant blijft ’s avonds gesloten.

Dit is voor de Stichting aanleiding om in een gerechtelijke procedure de ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst met het Hermitage Café te vorderen en om tevens de ontruiming van de door het Hermitage Café in het museum uitgebate horecagedeelten te vorderen.

In eerste instantie geeft de kantonrechter de Stichting gelijk. Het Hermitage Café gaat tegen dat vonnis met succes in beroep bij het hof. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter omdat het hof meent dat het beroep van de Stichting op de oorspronkelijk overeengekomen avondopenstelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Na het hof mag de Hoge Raad zich buigen over de vraag of de Stichting terug mocht vallen op die oorspronkelijke overeenkomst – en dus vast mocht houden aan de avondopenstelling – nu partijen hierover geen nadere overeenstemming konden bereiken. De Hoge Raad is van oordeel dat dit niet het geval is.

De Hoge Raad komt tot dat oordeel omdat (i) partijen het erover eens zijn dat avondopenstelling niet rendabel is voor het Hermitage Café, (ii) partijen het eens zijn over de aanpassingen in de vaste en de variabele vergoeding voor de dag-openstelling en deze aanpassingen in hoge mate tegemoet komen aan de wederzijdse belangen en (iii) partijen op grond van de oorspronkelijke overeenkomst gehouden zijn om in geval van een geschil over de bedrijfsvoering, te proberen dat geschil middels mediation op te lossen en de Stichting dit niet heeft geprobeerd maar direct de ontbinding van de overeenkomst heeft gevorderd toen het Hermitage Café deze na voorafgaande sommatie ter zake de nakoming daarvan in gebreke bleef. Redenen waarom ook de Hoge Raad meent dat de Stichting niet onverkort vast kan houden aan de avondopenstelling nadat partijen over een minnelijke oplossing in onderling overleg niet tot overeenstemming konden komen.

Moeten we uit dit arrest nu de conclusie trekken dat indien onderhandelingen over nadere afspraken in een dermate vergevorderd stadium zijn dat op een groot aantal punten al overeenstemming is bereikt maar die onderhandelingen spaak lopen omdat partijen op de laatste onderdelen van die nadere overeenkomst geen overeenstemming weten te bereiken, partijen elkaar niet langer mogen houden aan de oorspronkelijke, tussen hen geldende overeenkomst?

Nee, volgens ons mag die conclusie niet uit dit arrest worden getrokken. Hetgeen de Hoge Raad de Stichting namelijk met name lijkt te verwijten, is dat de Stichting geen mediator heeft ingeschakeld om te trachten tot een oplossing te komen. De Stichting heeft direct in rechte de ontbinding van de overeenkomst gevorderd toen zij zelf niet tot een oplossing met het Hermitage Café kon komen over de (gedeeltelijke) avondopenstelling van het restaurant. Dit terwijl partijen overeen waren gekomen dat de overeenkomst slechts tussentijds beëindigd kan worden in verband met een geschil over de bedrijfsvoering indien partijen het geschil niet door inschakeling van een mediator kunnen beslechten. Had de Stichting die weg eerst bewandeld, dan had de uitkomst van de procedure een heel andere geweest kunnen zijn.

De les die wij hieruit kunnen leren is dat als je overeengekomen bent dat partijen in eerste instantie, geschillen oplossen middels arbitrage, die wijze van geschilbeslechting ook daadwerkelijk gevolgd moet worden. Contract is dus wel degelijk contract, ook als het gaat om het volgen van de overeengekomen wijze van geschillenbeslechting!

Meer weten? Neemt u gerust contact op met mr. Edwin Bregonje of mr. Jan-Willem van Koeveringe.

< Naar overzicht