"Deze ontwikkeling biedt nieuwe kansen voor overheden, onderzoeksorganisaties en bedrijfsleven, met name ook op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie"

Er zijn interessante nieuwe ontwikkelingen te melden op het gebied van staatssteun. Zo heeft de Commissie recent een voorstel gedaan om nieuwe groepsvrijstellingen te kunnen maken voor een betere afstemming tussen EU-financiering en staatssteun. Ook treedt per 1 juli a.s. de Wet terugvordering staatssteun in werking. Wij bespreken de ontwikkelingen in deze nieuwsbrief.

Verwacht: nieuwe groepsvrijstellingen voor betere afstemming EU-financiering en staatssteun

Overheden die voornemens zijn staatssteun te verlenen, zijn in beginsel verplicht hun steunvoornemens aan te melden bij de Europese Commissie. Op basis van die aanmelding doet de Commissie onderzoek naar de verenigbaarheid van de steunvoornemens. Uitgangspunt is dat staatssteun niet mag worden uitgevoerd, zolang de Commissie daarvoor geen goedkeuring heeft gegeven.

Verschillende soorten staatssteun zijn onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van deze aanmeldings- en opschortingsverplichting. Mits aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, kan die staatssteun als verenigbaar met de interne markt worden beschouwd en rechtmatig worden verleend zonder dat de Europese Commissie vooraf om goedkeuring hoeft te worden gevraagd.  Een kennisgeving achteraf volstaat. Het meest recente ‘State Aid Scoreboard’ van de Commissie bevestigt dat het merendeel van de gerapporteerde staatssteun tegenwoordig wordt verleend op basis van een groepsvrijstelling.

De meest gebruikte vrijstellingsregeling in de praktijk is de Algemene Groepsvrijstellingsverordening van de Commissie. Daarin zijn vrijstellingsvoorwaarden opgenomen voor onder meer verlening van steun voor het midden- en kleinbedrijf (MKB), steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I), steun voor milieubescherming en hernieuwbare energie, steun voor cultuur en sinds vorig jaar bijvoorbeeld ook steun voor regionale luchthavens en steun voor havens. In de advisering van onze cliënten, maken wij veelvuldig gebruik van de mogelijkheden die deze regeling voor verlening van staatssteun voor uiteenlopende doeleinden biedt.

De Algemene Groepsvrijstellingsverordening van de Commissie is gebaseerd op de zogenoemde Machtigingsverordening van de raad van ministers van de EU. In die verordening heeft de raad de categorieën van staatssteun aangewezen, waarvoor – onder door de Commissie nader te bepalen voorwaarden – een vrijstelling van de aanmeldingsverplichting kan worden aangenomen. Recent heeft de Commissie aan de raad voorgesteld om deze machtigingsverordening uit te breiden met twee nieuwe soorten van vrijgestelde staatssteun. Het betreft: 

  • financiering via of met steun van centraal beheerde financieringsinstrumenten of begrotingsgaranties van de EU, waarbij de steunmaatregelen bestaan in aanvullende financiering die met staatsmiddelen wordt bekostigd;
  • projecten die worden ondersteund door EU-programma’s voor Europese territoriale samenwerking.

In de praktijk komt het vaak voor dat bij de financiering van projecten sprake is van zowel inzet van EU-middelen die centraal door de Europese Commissie worden beheerd (zoals de programma´s Cosme, Horizon Europa of Digitaal Europa), als van aanvullende middelen die onder zeggenschap van de lidstaten staan (nationale of decentrale financiering, al dan niet afkomstig uit Europese fondsen waarbij de lidstaat een zekere beoordelingsvrijheid behoudt (zoals bijv. EFRO en ELFPO)). De eerstgenoemde middelen worden niet als staatssteun gezien, de laatstgenoemde middelen, waarover de lidstaten zeggenschap hebben, eventueel wel. Om de behandeling van zulke situaties voor lidstaten, financiële intermediairs en projectontwikkelaars te vereenvoudigen, is het volgens de Commissie van belang dat de regels voor EU-middelen en staatssteun goed op elkaar afgestemd zijn. In dat kader is de Commissie voornemens de toepasselijke staatssteunregels te vereenvoudigen. Aanpassing van de Machtigingsverordening is daarvoor een eerste stap. Op basis van die aangepaste verordening kan de Commissie vervolgens de voorwaarden uitwerken waaronder aanvullende nationale middelen in de voornoemde situaties op basis van een groepsvrijstelling – eenvoudiger dan nu het geval is – kunnen worden verleend. Op basis van wat hierover nu bekend is, zal het volgens de Commissie gaan om de volgende toepassingsgebieden:

  • nationale financiering in combinatie met de instrumenten van het InvestEU-fonds
  • nationale financiering voor onderzoeksprojecten die een ‘excellentiekeurmerk’ van de Commissie hebben gekregen
  • nationale financiering die gericht is op Europese territoriale samenwerking

Deze ontwikkeling biedt nieuwe kansen voor overheden, onderzoeksorganisaties en bedrijfsleven, met name ook op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Het is nog afwachten hoe de verdere uitwerking er precies uit komt te zien, maar als u zich nu of op termijn met zulke projecten bezighoudt, is het van belang deze ontwikkeling op de voet te volgen. Zodra over deze plannen en de nadere invulling daarvan meer bekend is, zullen we u hiervan uiteraard op de hoogte houden.

Terugvordering van staatssteun

Wanneer de Europese Commissie op basis van onderzoek vaststelt dat een lidstaat in strijd met de staatssteunregels onverenigbare staatssteun heeft verleend, zal de Commissie de lidstaat de verplichting opleggen de verleende steun, met inbegrip van de daarover genoten rente, van de begunstigde onderneming(en) terug te vorderen. De uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Commissie moet op basis van het toepasselijke nationale recht gebeuren. Recent nog werd Duitsland bijvoorbeeld een terugvorderingsverplichting opgelegd vanwege verlening van onrechtmatige staatssteun aan grote elektriciteitsgebruikers.

Naar aanleiding van tot Nederland gerichte terugvorderingsbesluiten in het verleden, was uit onderzoek gebleken dat het Nederlandse recht niet over de volle breedte voorziet in adequate juridische grondslagen om verleende steun met inbegrip van daarover genoten rente van de begunstigden te doen terugvorderen. Om toch effectief uitvoering te kunnen geven aan terugvorderingsbesluiten van de Europese Commissie en daarmee aan Europese verplichtingen, heeft de Nederlandse wetgever een nieuwe wet gemaakt. Deze Wet terugvordering staatssteun treedt per 1 juli a.s. in werking.

Deze nieuwe wet regelt kort gezegd hoe uitvoering moet worden gegeven aan een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie, welk bestuursorgaan daar verantwoordelijk voor is en van wie kan worden teruggevorderd. Een terugvorderingsbesluit van de Commissie komt echter niet heel vaak voor. Daarom is voor de praktijk minstens zo belangrijk om te vermelden dat bestuursorganen op basis van de nieuwe wet ook verplicht kunnen zijn om beschikkingen terug te draaien, zonder dat (nog) sprake is van een terugvorderingsbesluit van de Commissie. Daarvan kan volgens de toelichting op de wet sprake zijn, als op basis van een advies van de Commissie aan een nationale rechter of naar aanleiding van Europese of nationale jurisprudentie wordt vastgesteld dat een beschikking in strijd met de staatssteunregels (art. 108 lid 3 VWEU) is genomen.

Meer weten? Neem gerust contact op met mr. dr. Paul Adriaanse of mr. Marjo Meeuwsen-Dek.

< Naar overzicht