"De kantonrechter volgt de door de Hoge Raad uitgezette lijn dat voor de berekening van de ontslagvergoeding bij een ontslag dat ernstig verwijtbaar is, aansluiting gezocht moet worden bij de werkelijke door de werknemer geleden schade. "

De arbeidsovereenkomst tussen een Senior Projectmanager ICT en ATP Services wordt op grond van een verstoorde arbeidsverhouding ontbonden. De kantonrechter stelt vast dat sprake is van ernstige verwijtbaarheid van de werkgeefster, omdat de verstoorde arbeidsverhouding enkel aan haar te wijten is. De kantonrechter kent daarom een zeer hoge ontslagvergoeding toe. Hoe is de kantonrechter tot haar oordeel gekomen?

De werknemer is op 15 juni 1983 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) ATP Services. De laatste functie die werknemer vervulde, is Senior Projectmanager ICT. Op 23 maart 2017 kreeg de werknemer van de ene op de andere dag te horen dat zijn functie kwam te vervallen, omdat zijn werkzaamheden voortaan vanuit London verricht zullen worden. ATP Services heeft op 21 september 2017 een ontslagaanvraag ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). De aanvraag is gebaseerd op bedrijfseconomische redenen, te weten werkvermindering en organisatorische veranderingen. UWV heeft ATP Services geen toestemming gegeven voor opzegging van de arbeidsovereenkomst omdat niet is gebleken dat de door ATP Services gestelde werkvermindering noodzakelijkerwijs leidt tot het verval van de functie van werknemer. ATP Services vraagt vervolgens aan de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, primair op grond van bedrijfseconomische omstandigheden en subsidiair op grond van een verstoorde arbeidsverhouding.

In de procedure bij de kantonrechter geeft de werknemer aan dat ook hij vindt dat de arbeidsverhouding inmiddels is verstoord. Daarom is sprake van een redelijke grond voor ontbinding, zodat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2018, de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd. Omdat volgens de kantonrechter sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van ATP Services, wordt de proceduretijd niet zoals gebruikelijk in mindering gebracht op de opzegtermijn.

De kantonrechter is van oordeel dat de verstoring van de arbeidsverhouding uitsluitend te wijten is aan het handelen dan wel nalaten van ATP Services en dat haar hiervan een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Gelet op het bijna vierendertigjarige dienstverband van werknemer bij ATP Services en het feit dat werknemer altijd goed heeft gefunctioneerd, had hij omtrent de (beoogde) reorganisatie beter geïnformeerd moeten worden, had er hoor- en wederhoor moeten plaatsvinden en had ATP Services er zorg voor moeten dragen dat hij (de bedongen of passende) werkzaamheden kon blijven verrichten. In plaats daarvan heeft werknemer geen werk meer gekregen, is hij ‘aan zijn lot overgelaten’ en is na het genomen besluit eind maart 2017 enkel nog aangestuurd op het beëindigen van zijn dienstverband. Niet gebleken is dat ATP Services enige concrete inspanningen heeft verricht om de werknemer voor de organisatie te behouden. De kantonrechter begrijpt dan ook dat de werknemer deze periode fysiek en emotioneel als zwaar belastend heeft ervaren, zoals hij beschrijft in zijn brief van 21 november 2017 aan het hoofd HR. ATP Services heeft er naar het oordeel van de kantonrechter niets aan gedaan om deze periode voor werknemer minder belastend te maken, laat staan dat zij de verstoorde arbeidsverhouding heeft geprobeerd te herstellen, terwijl dit wel van haar als goed werkgeefster verwacht mocht worden. Zij heeft zich slechts verscholen achter de beslissingen van de directie in Londen. Mediation was zeker nog geen gepasseerd station, en is ten onrechte niet ingezet. De kantonrechter ziet aanleiding om aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen ter compensatie van het ernstig verwijtbaar handelen dan wel nalaten van ATP Services. De kantonrechter houdt bij de berekening van de vergoeding rekening met het mislopen van inkomen tot de pensioenleeftijd en de breuk in de pensioenopbouw. De kantonrechter brengt het minimumloon en de helft van de transitievergoeding in mindering op de vergoeding, zodat deze in totaal € 628.000 bedraagt.

De kantonrechter volgt hiermee de vorig jaar door de Hoge Raad in de uitspraak New Hairstyle uitgezette lijn dat voor de berekening van de ontslagvergoeding bij een ontslag dat ernstig verwijtbaar is, aansluiting gezocht moet worden bij de werkelijke door de werknemer geleden schade.

Meer weten? Neem gerust contact op met mr. Matthijs Hoekstra of met mr. Jelle van Roeyen.

< Naar overzicht