"Hoogste dwangsom ooit bij burenruzie in Leersum"

‘Monster van Leersum’ moet dwangsom van € 300.000,- betalen

De buren van een tachtigjarige man uit Leersum mogen een dwangsom van € 300.000,- innen. Het beslag op de woning dat de buren hebben gelegd in verband met de verbeurde dwangsom is niet onrechtmatig, aldus de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland in het vonnis van 9 november 2016. Niet eerder werd zo'n hoge dwangsom opgelegd in een burenconflict. 

Dit is het resultaat van een jarenlange burenruzie tussen een tachtigjarige man, die zichzelf ‘het monster van Leersum’ noemt, en zijn buren. In een vonnis uit 2009 heeft de rechter de man – na diverse incidenten – verboden om op het erf van zijn buren te komen. De rechter koppelde aan het perceelverbod een dwangsom van € 10.000,- per overtreding. In 2010 heeft de politie de tachtigjarige op heterdaad betrapt en aangehouden nadat hij zich de toegang tot de woning van zijn buren had verschaft. Hij heeft de dwangsom van € 10.000,- betaald.

In een vonnis van april 2010 heeft de rechter de eerder opgelegde dwangsom op overtreding van het perceelverbod verhoogd naar € 300.000,-. De rechter ging er van uit dat deze dwangsom voldoende afschrikkende werking zou hebben en de bejaarde man het voortaan wel zou laten om op het erf van de buren te komen. Niets bleek minder waar.

Op 31 maart 2016 heeft de man een aan zijn buren toebehorende – en op hun perceel geparkeerde – auto vernield, hetgeen is vastgelegd op een infraroodcamera. Ook op 4 april 2016 heeft de man het perceel van zijn buren betreden. Daarvan zijn eveneens camerabeelden gemaakt. De buren hebben vervolgens een deurwaarder opdracht gegeven tot executie van het vonnis over te gaan door beslag te leggen op de woning van de tachtigjarige man.

In kort geding, dat heeft geleid tot het vonnis van 9 november 2016, heeft ‘het monster van Leersum’ geprobeerd het beslag van zijn woning af te krijgen met het argument dat het beslag onrechtmatig is. Hij zou het perceelverbod niet hebben overtreden en bovendien zou voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestaan nu hij zijn hond moest zoeken (hetgeen natuurlijk tegenstrijdig is). Verder zouden de buren met de beslaglegging misbruik van bevoegdheid maken en is het gelegde beslag volgens de man disproportioneel. Bovendien zou voortzetting van de executiemaatregelen leiden tot een onaanvaardbare noodsituatie aan zijn zijde. Voor het geval de rechter zou oordelen dat het beslag niet onrechtmatig is, heeft de man de rechter verzocht de dwangsom te matigen.

De voorzieningenrechter gaat aan de stellingen van de man voorbij. Volgens de rechter staat vast dat het perceelverbod is overtreden en dat daar geen rechtvaardiging voor bestond. Gelet op de overwaarde die rust op de woning van de man en de aanzienlijke vordering van zijn buren, is het beslag niet buitenproportioneel. Ook zal de voortzetting van de executie, ter inning van de dwangsom, volgens de rechter niet leiden tot een onaanvaardbare noodtoestand. Het risico dat een openbare verkoop van de woning minder opbrengt dan een onderhandse verkoop was voor de man voorzienbaar op het moment dat hij het perceelverbod overtrad. Tot slot oordeelt de voorzieningenrechter dat hij niet bevoegd is de gevorderde dwangsom te matigen. Hierom had de tachtigjarige uitsluitend in de fase voorafgaand aan de executie kunnen verzoeken. Dit heeft hij niet gedaan. Ook is de man niet in hoger beroep gegaan tegen het vonnis waarbij de dwangsom is verhoogd tot een bedrag van € 300.000,-. De gevolgen daarvan komen volgens de voorzieningenrechter voor zijn risico.

De voorzieningenrechter ziet daarom geen reden om de gevorderde staking van de executie toe te wijzen. Als het monster van Leersum niet betaalt, ligt voor zijn buren dus de weg vrij om de woning van de man te verkopen en zo de verbeurde dwangsom te innen. 

Meer weten? Neemt u gerust contact op met mr. Lizelotte de Hoog of mr. Menachem de Jonge.

< Naar overzicht