Blog Door mr. J.M. (Jolanda) van Koeveringe-Dekker

At your service: de Afdeling bestuursrechtspraak geeft een compleet overzicht van de relevante jurisprudentie inzake de ladder voor duurzame verstedelijking!

De Afdeling heeft, volgende op de voor de rechtspraktijk zeer relevante overzichtsuitspraak inzake planschades van 28 september 2016 op 28 juni 2017 opnieuw een overzichtsuitspraak gedaan. Nu gaat het om een overzicht van de uitspraken die zijn gedaan in het kader van de zogenaamde ladder voor duurzame verstedelijking. De uitspraak was in de wandelgangen al aangekondigd.

De Afdeling doet dit in het licht van de inwerkingtreding  per 1 juli 2017 van het besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. Het besluit is ingegeven vanuit het motief om vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Daartoe was de ladder ontwikkeld, waarbij in drie treden de besluitvorming van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het bestemmingsplan gemotiveerd diende te worden.  Die ladder wordt nu eenvoudiger gemaakt doordat de eerste en derde trede van de ladder zijn komen te vervallen, maar de strekking blijft hetzelfde: indien bij een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt buiten het bestaande stedelijk gebied, moet in de toelichting allereerst een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarnaast moet ook duidelijk gemotiveerd worden waarom dat niet in bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd.

Het tweede lid van artikel 3.6.1 Bro, waarin de ladder werd geïntroduceerd, dateert van 2012 en heeft de afgelopen jaren gezorgd voor de nodige jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Daarbij ging het bijvoorbeeld om de vraag of en op welke wijze met de ladder moet worden omgegaan in het licht van uitwerkingsplannen, binnenplanse wijzigingen en bijvoorbeeld als het gaat om enkel een functiewijziging zonder nieuw ruimtebeslag etc.

Omdat met de wijziging van het Bro een deel van de omvangrijke rechtspraak nog wel degelijk van belang blijft, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak bij wijze van service, met het oog op de wijziging van het besluit, de jurisprudentie op een rijtje gezet voor zover die nog van belang blijft na 1 juli 2017. Deze service wordt vanzelfsprekend zowel door overheden, ontwikkelaars, en de personen die in de ruimtelijke ordening rechtspraktijk werkzaam zijn zeer gewaardeerd.

mr. J.M. (Jolanda) van Koeveringe-Dekker

mr. J.M. (Jolanda) van Koeveringe-Dekker

Bestuursrecht, Contractenrecht, Gezondheidsrecht, ...

Over de auteur

Mr. Jolanda van Koeveringe–Dekker is in 1988 afgestudeerd in het Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Leiden, waarna zij ondermeer werkzaam is geweest bij Pels Rijcken & Drooglever Fortuijn, de landsadvocaat en vervolgens als advocaat en later als partner bij Adriaanse & vd Weel in Middelburg. In 1999 start zij juridisch adviesbureau Justion, dat vanaf 2000 met een drietal partners als multidisciplinair bureau verdergaat onder de naam Justion Adviesgroep.

In 2001 richt zij Van Koeveringe Advocaten op met vestigingen in Rotterdam en Middelburg, dat later omgedoopt wordt tot Justion Advocaten. Sinds 2007 is Justion Advocaten een maatschap, waarin mr. Van Koeveringe-Dekker met drie partners aan deelnam. Inmiddels is dit uitgegroeid tot een maatschap met tien partners. Tevens is zij gespecialiseerd in Milieurecht, Contractenrecht, Bestuurs- en omgevingsrecht en Ruimtelijke Ordening en Gezondheidsrecht.

< Naar overzicht