Blog Door mr. J.W. (Jan-Willem) van Koeveringe

WKb als uitbreiding van de Woningwet: bevoegd gezag als regisseur

De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKb), die nog door de Eerste Kamer moet worden aangenomen, zal de risicotoedeling aan de verschillende actoren in het bouwproces, ingrijpend veranderen. Kenmerkend is dat er een systeem van private kwaliteitsborging wordt ingevoerd. De overheid treedt verder terug in het systeem van (bouw)kwaliteitsborging dat nu nog wordt uitgevoerd door het bevoegd gezag. In de toekomst is er een grotere rol voor marktpartijen.

De WKb krijgt vorm door een wijziging  van het BW, en aanpassingen (toevoegingen) in de Woningwet en de Wabo en het Bouwbesluit. De wijzigingen in het BW worden ondergebracht in afdeling 1 en 2 van titel 7:12 BW (aanneming van werk). De eerste afdeling van titel 7:12 ziet op aanneming van werk in rechtsverhoudingen tussen professionele partijen onderling en “consumentenopdrachtgevers”. Afdeling 2 van titel 7:12 ziet op de bijzondere bepalingen voor de bouw van een woning in opdracht van een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (zie ook de formulering van artikel 7:765 BW).

De rol van de kwaliteitsborger

In deze blog sta ik stil bij de introductie van een nieuwe figuur in het bouwproces, die van de kwaliteitsborger. Deze kwaliteitsborger (die bijvoorbeeld architect kan zijn, doch in het betreffende project niet ook tevens anderszins betrokken is als bijvoorbeeld ontwerper of directievoerder) is van aanvang aan bij het bouwproject betrokken en dient bij het indienen van de aanvraag van de omgevingsvergunning al bekend te zijn.

Feit is dat behalve de rol van ontwerper, adviseur van de opdrachtgever of directievoerder, de architect onder de WKb zich op grond van zijn specifieke deskundigheid, ook de rol van kwaliteitsborger kan toe eigenen. Als gemeld kan hij, indien hij als kwaliteitsborger optreedt in een specifiek project, alleen die functie dan vervullen binnen dat project. De wetgever heeft duidelijk voor ogen dat degene die in het betreffende project kwaliteitsborger is, niet ook direct of indirect (dat wil zeggen niet organisatorisch, financieel of juridisch) betrokken kan en mag zijn in het project. Met andere woorden, het moet de partij die als kwaliteitsborger optreedt volledig vrij staan om de toetsing van de kwaliteit uit te voeren.

Op welke wijze wordt de kwaliteit nu geborgd; hoe krijgt die borging vorm?

De kwaliteitsborger dient te beschikken over de bevoegdheid om gebruik te maken van een voor het betreffende bouwwerk passend instrument. Verschillende organisaties (waaronder Woningborg) hebben in verschillende pilotprojecten voor woningbouw en utiliteitsbouwprojecten ervaring opgedaan met de toepassing van dergelijke instrumenten. Het Instituut voor Bouwkwaliteit heeft voor Woningborg het Woningborg Kwaliteitsborging Instrument ontwikkeld. Onderdeel van dit instrument is een samenstel van controle en toetsmomenten (zowel ten aanzien van het ontwerp als ten aanzien van de documenten en de fysieke uitvoering daarvan). Een “instrument” is dan ook niets anders dan een beoordelingsmethodiek die “tot doel heeft vast te stellen of er een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat het bouwen van een bouwwerk voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, en vierde lid, of artikel 120” (van de Woningwet).

Kwaliteitsborger overlegt dossier aan bevoegd gezag voorafgaand aan ingebruikname

De methodiek van de kwaliteitsborging wordt derhalve onderdeel van de Woningwet (voorzien in een in te voegen afdeling na artikel 7a Woningwet).

Het sluitstuk van de kwaliteitsborging is dat de door de overheid toegelaten kwaliteitsborger (die dus aan nader te stellen eisen van specifiek per soort object (woningbouw, utiliteitsbouw) het bouwwerk en bouwproces toetst) de verplichting heeft om voorafgaand aan het in gebruik nemen van het bouwwerk aan het bevoegd gezag, een dossier te overleggen dat inzicht geeft in de vraag of het gerealiseerde bouwwerk voldoet aan de wettelijke voorschriften. De vraag die dan ook meteen op komt is dus ook wat de sanctie is van het overleggen van een niet volledig dossier aan het bevoegd gezag?

PvdA Tweede Kamerlid Albert de Vries heeft voorgesteld (Kamerstukken 2016-2017, 34,453, p.2 en 3) dat het bevoegd gezag op dat moment kan besluiten de ingebruikname van het bouwwerk te weigeren (wat dan weer direct tot de vraag leidt of dit een appellabel Awb besluit zou moeten zijn, zie TBR 2017/70, nr. 5, mei 2017, Juridische status reactie op een gereedmelding WKb, mr. H.C.W.M. Moesker en mr. Ing. P.M.J de Haan).

Uiteindelijk voorziet het definitieve wetsvoorstel WKb echter niet in een ingebruiknamevergunning voor het bouwwerk.

Gekozen wordt voor het systeem dat in artikel 7ab Woningwet (nieuw) bepaalt dat in het Bouwbesluit 2012 regels worden gesteld met betrekking tot het in gebruik nemen van bouwwerken, die onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen. Tot die regels wordt inbegrepen de verplichting om een volledig dossier te overleggen, waarop het bevoegd gezag bevoegd is  binnen 10 dagen na ontvangst te beslissen dat het bouwwerk niet in gebruik mag worden genomen omdat het dossier niet volledig is of omdat middels het dossier onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat aan de wettelijke regels en prestatie-eisen is voldaan.

De weigering om het opleverdossier te accepteren zou kunnen worden aangemerkt als Awb besluit. De weigering is immers gericht op extern rechtsgevolg: het bouwwerk mag als het opleverdossier niet is geaccepteerd immers niet in gebruik worden genomen. De vraag is echter hoe het amendement in het definitieve WKb zal worden opgenomen, en welke toelichting daarbij wordt gegeven.

Conclusie aanpassing Woningwet

Kortom, de introductie van de kwaliteitsborger biedt een nieuw speelveld voor de bouw en de bouwpraktijk, en verschillende vragen die tijdens de parlementaire behandeling zijn opgekomen, dienen nog verder te worden uitgekristalliseerd. Ook in de bouwpraktijk zal hier op tijd op moeten worden voorgesorteerd. Want in de sfeer van kosten, kostentoedeling en contractsvorming zal de WKb ingrijpende gevolgen hebben, en dat zal zeker ook het geval zijn ten aanzien van de privaatrechtelijke uitwerking van de WKb. Voor alle duidelijkheid, vandaag 4 juli wordt de WKb besproken in de Eerste Kamer! Zie voor de uitkomst mijn recentere blog.

 

mr. J.W. (Jan-Willem) van Koeveringe

mr. J.W. (Jan-Willem) van Koeveringe

Bouwrecht, Contractenrecht, Franchise, Onderneming...

Over de auteur

Jan Willem van Koeveringe is zijn loopbaan gestart als belastingadviseur. Hij is vennoot geweest bij een landelijk opererend subsidie adviesbureau en als zelfstandig jurist. In deze hoedanigheid is hij werkzaam in diverse sectoren (projectontwikkeling, bouw, verblijfsrecreatie, visserij) waarin hij zich onder meer bezighoudt met Ondernemingsrecht, Contractenrecht, Franchise, Aanbestedingsrecht, Bouwrecht (Raad van Arbitrage voor de Bouw), Subsidie- en staatsteunrecht. Sinds 2007 is Jan Willem partner in de maatschap Justion Advocaten en als advocaat werkzaam en gespecialiseerd in de hiervoor genoemde rechtsgebieden.
< Naar overzicht