Blog Door mr. S.C.S. (Simone) van Bree

Toestemming voor vakantie naar het buitenland met minderjarige kinderen na een echtscheiding?

De meivakantie is net achter de rug en de zomervakantie komt langzamerhand in zicht. Voor kinderen met gescheiden ouders kan dit een stressvolle periode zijn. Beide ouders willen vaak van de zomervakantie gebruik maken om met de kinderen naar het buitenland op vakantie te gaan. Indien de ouders gezamenlijk gezag over de kinderen voeren is het van belang dat (tijdig) over en weer toestemming wordt gevraagd. Verleent uw ex-partner geen toestemming? In deze blog zal onder andere besproken worden wat u dan kunt doen.

Ouderlijk gezag
Op grond van artikel 1:247 van het Burgerlijk Wetboek staan minderjarige kinderen (tot 18 jaar) onder ouderlijk gezag. Gezag voorziet de ouders van rechten en plichten ten opzichte van hun minderjarige kinderen. Het ouderlijk gezag behelst onder andere de wettelijke vertegenwoordiging en de plicht tot verzorging van het kind. De moeder heeft bijna altijd automatisch ouderlijk gezag over haar kind, tenzij ze minderjarig is of onder curatele staat. Voor vaders en partners hangt het af van de situatie.

Wanneer een kind geboren (of geadopteerd) wordt binnen een huwelijk of een geregistreerd partnerschap, dan krijgt ook de man automatisch ouderlijk gezag over het kind, ook als hij niet de biologische vader van het kind is. Ook een duomoeder (vrouwelijke partner van de biologische moeder) krijgt binnen een huwelijk of geregistreerd partnerschap automatisch gezag, mits er volgens de wet geen juridisch vader is. Dit is het geval bij een anonieme donor of een bekende donor die het kind niet erkent. Adoptieouders die niet met elkaar getrouwd zijn en ook geen geregistreerd partnerschap hebben, hebben ook automatisch het gezamenlijk gezag.

In alle andere gevallen hebben ouders niet automatisch het gezamenlijk gezag. Indien ouders niet getrouwd zijn of geen geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, heeft in beginsel uitsluitend de moeder het ouderlijk gezag. Wanneer de ouders het gezamenlijk ouderlijk gezag willen uitoefenen, dan moeten zij een verzoek tot het gezamenlijk gezag indienen bij de rechtbank. Daarvoor is vereist dat de vader of de duomoeder het kind heeft erkend. In geval van een huwelijk of geregistreerd partnerschap tussen twee mannen geldt de voornoemde hoofdregel niet en krijgt de duovader (mannelijke partner van de biologische vader) gezamenlijk gezag over een kind na een beslissing van de rechter. De biologische vader van het kind kan het kind erkennen en na een beslissing van de rechter ook het ouderlijk gezag krijgen.

Gezag na een echtscheiding
Uit artikel 1:251 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek blijkt dat als uitgangspunt geldt dat beide ouders na een echtscheiding het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen behouden. Ingeval van overlijden van één van de ouders of indien de rechter gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind acht, wordt van dit uitgangspunt afgeweken. In dat geval is er sprake van eenhoofdig gezag: het gezag ligt bij één van de ouders.

In geval van gezamenlijk gezag hebben beide ouders evenveel recht om namens en over het kind beslissingen te nemen, zo ook met betrekking tot de vakanties. Hieronder zullen de mogelijke situaties, waarin al dan niet toestemming is vereist, uiteengezet worden.

U bent ouder met eenhoofdig gezag: geen toestemming vereist
De ouder met eenhoofdig gezag over een minderjarig kind behoeft geen toestemming van de andere ouder (zonder gezag) om met kinderen te reizen. Desalniettemin is het wenselijk dat ouders elkaar informeren waar zij gedurende vakanties met de kinderen verblijven.

Het is wel van belang om aanvullende documenten bij zich te hebben, zodat u bij de douane kunt aantonen dat er sprake is van eenhoofdig gezag en er dat geen toestemming van de andere ouder nodig is. Dit kunt u bewijzen met de volgende documenten:

  • een recent uittreksel uit het gezagsregister van het kind (kosteloos op te vragen bij de rechtbank);
  • een recent internationaal uittreksel van de gemeentelijke basisregistratie (BRP) van het kind met daarop vermeld de oudergegevens (tegen vergoeding op te vragen bij de gemeente);
  • een recent uittreksel van de gemeentelijke basisregistratie (BRP) van de ouder met eenhoofdig gezag (tegen vergoeding op te vragen bij de gemeente).

U bent ouder met gezamenlijk gezag: wèl toestemming vereist
Indien er sprake is van gezamenlijk gezag moeten ouders elkaars toestemming hebben voor een vakantie naar het buitenland met hun minderjarige kinderen. Voor een vakantie binnen Nederland is geen toestemming van de andere ouder nodig. Het aantonen van de toestemming is vormvrij, dat wil zeggen dat ouders zelf mogen bepalen hoe zij de toestemming willen aantonen. Via www.rijksoverheid.nl kunnen ouders een toestemmingsformulier downloaden, dat zij per kind dienen in te vullen en beiden moeten ondertekenen. De niet-meereizende ouder verklaart door ondertekening van het formulier dat is ingestemd met een verblijf van het minderjarige kind in het buitenland. Het formulier is niet verplicht, maar het kan eventuele problemen bij de grenscontrole voorkomen.

Buiten het toestemmingsformulier is het aan te raden dat de reizende ouder enkele aanvullende documenten bij zich heeft, te weten:

  • een recent uittreksel uit het gezagsregister van het kind (kosteloos op te vragen bij de rechtbank);
  • een recent internationaal uittreksel van de gemeentelijke basisregistratie (BRP) van het kind (tegen vergoeding op te vragen bij de gemeente);
  • een kopie van het paspoort van de ouder die toestemming verleent, eventueel met een telefoonnummer waarop de douane die ouder kan bereiken;
  • een kopie van het ouderschapsplan;
  • een kopie van de gerechtelijke uitspraak/uitspraken m.b.t. gezag en omgang;
  • een kopie van het retourticket.

In het geval van kinderbeschermingsmaatregelen (ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing) kunnen extra aanvullende documenten van toepassing zijn.

U bent ouder zonder gezag, een andere ouder heeft eenhoofdig gezag: wél toestemming vereist
De ouder zonder gezag dient voor een vakantie naar het buitenland, op vergelijkbare wijze als bij gezamenlijk gezag, de toestemming van de ouder met het eenhoofdig gezag te hebben.

Vervangende toestemming via de rechter
In beginsel mag een gezaghebbende ouder niet zonder reden de toestemming voor een buitenlandse vakantie met de andere ouder ontzeggen. In enkele gevallen, bijvoorbeeld een veiligheidsrisico in het land van bestemming of een gegronde vrees voor kinderontvoering, is het weigeren van toestemming wel gerechtvaardigd.

Bij een weigering toestemming te verlenen zonder gegronde reden, kan de ouder vervangende toestemming verzoeken bij de rechter. In een kortgedingprocedure beslist de rechter op korte termijn of vervangende toestemming verleend kan worden. De rechter zal een belangenafweging maken en specifieke omstandigheden van het geval in overweging nemen bij het maken van zijn beslissing. Een eventueel risico van het niet terugkeren van de kinderen, alsmede de aanwezigheid van familieleden in het land van bestemming kunnen hierbij een rol spelen. Een verzoek voor vervangende toestemming wordt dus niet per definitie toegewezen.

Gelet op het bovenstaande is het van belang tijdig te overleggen met en ook op tijd toestemming te vragen aan de achterblijvende ouder, zodat er nog voldoende tijd is om eventueel vervangende toestemming te kunnen verzoeken. Voor deze procedure is bijstand door een advocaat overigens verplicht.

Gevolgen reizen zonder toestemming
Als een ouder een kind over de grens meeneemt zonder benodigde toestemming van de ouder met eenhoofdig gezag of vervangende toestemming van de rechter, kan sprake zijn van onttrekking aan het ouderlijk gezag en internationale kinderontvoering. Dit is een strafbaar feit (art. 279 Wetboek van Strafrecht). Ook in geval van gezamenlijk gezag kan sprake zijn van internationale kinderontvoering. De Hoge Raad heeft in dit kader namelijk bepaald dat: “een ouder die formeel nog wel het gezag heeft over zijn minderjarige kind, dat kind aan het ouderlijk gezag van de andere ouder kan onttrekken” (HR 15 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR8250).

In dit stromenschema is een en ander nog eens voor u samengevat.

mr. S.C.S. (Simone) van Bree

mr. S.C.S. (Simone) van Bree

Algemene praktijk...

Over de auteur

Mr. Simone van Bree is in december 2018 afgestudeerd aan Tilburg University in de master Rechtsgeleerdheid. Tijdens haar studie stond Simone als vrijwillig juridisch medewerker bij de Stichting Rechtswinkel Tilburg cliënten bij, heeft zij enkele stages bij diverse advocatenkantoren gelopen en was zij als buitengriffier werkzaam bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant binnen het team strafrecht. Sinds eind 2018 zet zij zich tevens in voor de omgangsrechten van kinderen met een gedetineerde ouder. Simone is vanaf 1 april 2019 werkzaam bij Justion Advocaten als juridisch medewerker met het accent op familierecht en de algemene praktijk.
< Naar overzicht